Terwijl de zon op mijn gezicht schijnt, bekijk ik vanaf een bankje hoe mijn mede-cursisten rondschuifelen in de sneeuw. Het is stil, hier in het Belgische landschap. Het is niet alleen stil om me heen, afgezien van het ruisen van de omringende bomen. Het is ook stil in mijn hoofd. De gedachtenmachine lijkt stopgezet, zorgen zijn gesmolten zoals de sneeuw om me heen, wilde plannen zijn een stille dood gestorven. In mijn hoofd popt alleen een liedje op; Enjoy the Silence. “Words are very unnecessary, They can only do harm”.

Ik ben op een Vipassana cursus in het Belgische Dilsen-Stokkem. Vipassana is een meditatietechniek die je leert tijdens een 10-daagse retraite. Van deze 10 dagen breng je 9,5 dag in volledige stilte door. Je praat niet met je mede-cursisten en je vermijd iedere vorm van oog- en lichamelijk contact. Die stilte is nodig om helemaal tot jezelf te komen, zonder afleidingen van buitenaf. Of 10 dagen niet wat aan de lange kant is? Ja, dat zou je denken, maar het is het minimaal aantal dagen dat nodig is om die staat te bereiken waarin je bevrijd raakt van alle onrust en al het leed dat je voor jezelf veroorzaakt.

Voordat ik vertrok was ik nog aan het bijkomen van overspanningverschijnselen en liep m’n hoofd over van allerlei gedachten. En nu, nu is het stil. Ik ben relaxter, rustiger, stabieler en daarnaast ook productiever, vrolijker en lichter. Het kost je slechts 10 dagen van je leven en je krijgt er honderden -zo niet meer- gelukkige dagen voor terug.  Dagen waarin je kan genieten van de stilte om je heen…met een grote glimlach op je gezicht.

Het Vipassana centrum Dhamma Pajjota, net over de grens bij Limburg, draait volledig op vrijwilligers. Een 10-daagse cursus kost je niets, slechts tijd. Je bent vrij om een bijdrage te geven, waardoor je bijdraagt aan een cursus voor cursisten na jou. Daarmee financier je het geluk van een ander en het is goed voor je karma! Kijk voor meer informatie en adressen van Vipassana centra over de hele wereld op www.dhamma.org. Wil je info van mij? Stuur me dan een mailtje.

Of ik al een beetje gewend ben? Wat nou het mooiste land was? Logische vragen, maar onmogelijk te beantwoorden als je net terug bent van een reis rondom de wereld. Met ontelbaar veel indrukken, avonturen en ervaringen.

Ceremony LaosHoe kan ik uitleggen hoe het voelt om door de jungle te zweven en op 100 meter hoogte te slapen in een boomhut? Onder miljoenen sterren (en een stuk of wat mega spinnen). Hoe het is om in de hectiek van een ceremonie in een veel te krappe hut glazen Beerlao en Lao Lao whiskey onder je neus geduwd te krijgen van iemand die er zelf duidelijk al teveel op had. En dat terwijl de vrouwen witte touwtjes om je polsen knopen, om de goede geesten aan je te binden. Of hoe het is om bovenop een olifant te zitten die je natsproeit met water uit de Mekong? En dit zijn nog maar een paar Laos-ervaringen. Cambodja mag ik ook niet vergeten te noemen. De zon zien opkomen boven een eeuwenoude tempel als Angkor Wat gaat je niet in de koude kleren zitten. Net als de hartverwarmende glimlach van de Cambodjanen.

Diving Phu QuocVan Vietnam herinner ik me vooral een grote glibberpartij in de bergen van Sapa en de legendarische kater na een avond rijstwijn drinken tijdens de homestay aldaar. Maar ook het nachtzwemmen na een avondje stappen op Phu Quoc. Aan dat eiland heb ik ook een blijvende herinnering in de vorm van een litteken op mijn been. Ik noem hem ‘Jaume’ naar de Spaanse bestuurder van de scooter, die ons al na twee meter rijden tegen de vlakte wist te werken. Ook mijn duikbrevet, dat ik daar gehaald heb, nemen ze me niet meer af.  Samen met het fantastische gevoel van het gewichtloos in de baarmoeder van de aarde zweven en het ontdekken van een compleet nieuwe wereld.

Ekas LombokIndonesië heeft echt mijn hart gestolen. Op alle fronten.  De mensen, de landschappen, het eten, het klimaat. De vrolijke kinderen in Bantar Gebang (Jakarta, Java), die opgroeien op een vuilnisbelt. Mijn vriendin Resa die ze met haar project daar zicht op een toekomst geeft. En dan Lombok, daar liggen zoveel bijzondere momenten dat ik ze onmogelijk allemaal kan opnoemen. Maar dat wat ik voelde toen ik op een compleet verlaten picture perfect strand in het zuiden van Lombok stond, dat wereldse gevoel, zal ik nooit vergeten. Geen toerist in de wijde omtrek te bekennen, slechts puur en onontdekt land en strand. Magisch.

Tongariro CrossingDan nog al die watervallen die van Uluru afkletterden. En weet je nog, die honderden dolfijnen waar ik tussen lag in dat ijskoude water van de South Pacific in New Zealand? Hoe bijzonder was dat!? Of de 18 kilometer lange Tongariro Crossing, met de beroemde Mount Doom, in kniediepe sneeuw! Aotearoa, wat een land. En ja, dan Fiji. Een paradijs op aarde voor velen, voor mij helaas alleen een bestemming met een exotische naam. De spons was op dat moment vol. Dat maakte eindstation USA er niet minder leuk op, integendeel. Steden als New Orleans, waar zelfs de straatstenen dansen, en San Francisco smaken naar meer! Een fascinerend land waar ik toch snel weer terug hoop te komen.

Zes maanden. Negen landen. Duizenden indrukken. Honderden ontmoetingen. Nee, je begrijpt dat ik dan geen antwoord heb op de vraag wat nu het mooiste was. En wennen? Dat doet het hopelijk nooit!

Nog even wat cijfertjes:

  • 189 dagen
  • 129,5 uur aan busritten
  • 44 uur in de trein
  • 68,5 uur vliegen
  • 46 uur op een boot
  • 65 uur in de auto
  • 12 uur op een motobike
  • 4 paar versleten slippers
  • 21 kilo bagage in een backpack
  • 12 massages (vanwege die backpack dus)
  • 1 avondje ziek
  • 20 tempels (ongeveer, tel kwijt geraakt)
  • 5 katers (netjes toch?)
  • 11 duiken
  • 1 keer autopech
  • 0 nare ervaringen
  • 1 groot avontuur

Dan mag ik wel alweer bijna twee weken op Nederlandse bodem vertoeven, ik moet er toch nog even een blogje uitgooien. En wel over de ‘amááázing city of New Orleans’, omdat ze het verdient.

Ze is zwoel en verleidelijk. Je kunt niet anders dan meebewegen met haar sensuele moves. Ze is wat oud en vertoont hier en daar wat scheurtjes, maar ach, dat heb je als je leeft en flink geleefd wordt. Na al die jaren is ze nog steeds mooi, ze wordt er misschien wel steeds mooier op. Ze drinkt alleen veel, heel erg veel, en daar moet je tegen kunnen. Of je doet gewoon mee met haar mee… Haar naam? NOLA, oftewel New Orleans Louisiana.

New Orleans is als een goed geconserveerde oudere dame met een wild nachtleven. Een dame met een enorme aantrekkingskracht. Ze speelt in op al je zintuigen en dat werkt als een magneet. Voor je het weet ben je verslaafd en wil je nooit meer weg. Het is een stad waar andere steden met recht jaloers op kunnen zijn. Want waar anders ter wereld staan er jazzbandjes op iedere straathoek te spelen? Waar is het niet meer dan normaal om een paar cocktails weg te tikken tijdens de lunch? Over cocktails gesproken. Het shaken daarvan hebben ze hier tot een kunst verheven. Al spelend met alcohol, kruiden en bitters toveren de ‘mixologists’ een vloeibaar feestje voor je smaakpapillen.

Dan het nachtleven. Als de zon ondergaat stromen de straten en kroegen vol. Op Frenchmen Street speelt in iedere bar wel een bandje, gratis. Want de muziek ligt hier op straat. De ietwat beschonken medemens ook. Op een avond zagen we een keurige oude dame plat op haar gezicht op een straathoek liggen, haar man -strak in pak- geduldig wachtend totdat ze uit haar comateuze toestand zou ontwaken. We hebben haar maar even een flesje water gebracht.

De nachten in New Orleans zijn heet en zwoel. En niet alleen qua buitentemperatuur, ook binnen schiet het kwik omhoog zodra de burlesque danseressen het podium beklimmen. Met hun wulpse bewegingen brengen ze iedereen in vervoering, mannen én vrouwen. Hoe meer je juicht, hoe eerder ze gestript zijn tot niet meer dan een miniscuul onderbroekje en tepelkwastjes. Want ondanks dat New Orleans een lichtzinnige dame is, houden we het wel beschaafd.

Dat New Orleans borrelt en bruist moge duidelijk zijn. Het is onmogelijk om niet verliefd op (of in) deze stad te worden. Mij heeft ze in ieder geval betoverd (of was het voodoo?) en ik weet zeker dat ze ook jou zal betoveren.

Your insider guide to New Orleans:
• Topnotch cocktails vind je bij Cure.
• Ga naar het happy hour (van 4-7 pm) van Domenica in het poepsjieke Roosevelt Hotel voor $4 cocktails $6,50 pizza’s.
• Mis de classy burlesque show van Irvin Mayfield’s niet op de vrijdagavond. Gratis entree en prima cocktails!
• Vergeet Bourbon Street, ga naar Frenchmen Street voor veel en gratis muziekoptredens, bijvoorbeeld in The Spotted Cat en D.B.A..
• Drink een ‘Hurricane’ in Lafitte’s Blacksmith Shop, het oudste gebouw in de USA dat als bar werd gebruikt.
• Eten in New Orleans is een feestje. Er is dan ook voldoende keuze in restaurants voor ieder budget. Sla vooral The Green Goddess op Exchange Place (een schattig autovrij straatje in the French Quarter) niet over.
• Must do’s: beigneits eten bij Café du Monde, een doosje (of meer) Pralines meenemen, palmreading op Jackson Square en naar de French Market!
Check The Gambit voor alles wat er te doen is in New Orleans, en dat is veel!

Mijn wereldreis zit er op, maar gelukkig heb ik de foto’s nog! Zie hieronder het laatste album:

USA

Fiji klinkt zoals het is. Witte zandstranden en kristalhelder blauw zeewater, bruinbradende zon en tropische regenbuien. Vriendelijke inwoners met een brede glimlach en een bloem achter het oor. Op Fiji doe je niet al te veel, behalve met een boek op een strandbed liggen en bij wijze van verkoeling een beetje in de zee spelen. De klok staat hier op Fiji-time en tikt de dag lanzaam, heel langzaam, weg.

Je vervelen doe je hier niet. Voor wie genoeg tijd horizontaal heeft doorgebracht, zijn er voldoende activiteiten in verticale of andere posities. Zoals beachvolleybollen met de resort staff. Of in mijn geval ‘de bal ontwijken’. Een kavaceremonie met de locals. Kava is een soort modderwater, gemaakt van de wortels van de Kavaplant, met een licht verdovende werking op je mond. Gelukkig is het spul niet te zuipen, waardoor je na één schaaltje wel genoeg hebt. Internationale krabraces, waarbij je je eigen krab koopt en prijzen kunt winnen. Een inventieve manier om geld in te zamelen voor de scholing van de kinderen op het eiland. En natuurlijk de traditionele dansen, de Meke. Nu heb ik geen problemen met het kijken naar mannen in rieten rokjes, dus heb ik drie Meke gezien én meegedaan. Want aan meedansen ontkom je niet.

Ja, Fiji is een waar bountyparadijs. Maar wel eentje die je doet beseffen dat bounty net even wat paradijselijker is als je er samen met iemand van kunt genieten.

Voor een beeld bij de mannen in rieten rokjes, check de video hieronder.
Voor een beeld bij de Yasawa eilanden in Fiji, check de foto’s.

Fiji

Ps. Inmiddels ben ik in de USA en is het einde van mijn wereldreis in zicht. 26 mei sta ik weer op Hollandse bodem!

Awesome, dat moet Abel Tasman gezegd hebben toen hij voor het eerst voet aan land zette in New Zealand. Of Aotearoa (The land of the Long White Cloud) zoals de Maori het noemen. Jammer dat hij destijds het land weer verlaten heeft om het aan James Cook en de Britten over te laten…

Lake WanakaHet begon allemaal in Auckland, bij vrienden met een heerlijk huis en een jacuzzi in de tuin. Na drie dagen genoten te hebben van de luxe van een kamer alleen zonder snurkende, stinkende backpackers om me heen (ik kwam net uit Australië, vandaar) ben ik in het vliegtuig gestapt naar Wellington om me bij een groepje reizigers aan te sluiten. Met twee auto’s, genaamd Fritz Diddy en Lucinda, hebben we de oversteek gemaakt naar het Zuidereiland voor een roadtrip aldaar. En het was absoluut awesome. Bepoedersuikerde bergtoppen, groene valleien, babyblauwe meren, tropisch regenwoud, strand, zee en nog veel meer. Het is er allemaal. En er zijn een triljoen dingen te doen. Bij ieder stukje natuur is wel een activiteit te bedenken. Je kunt hier gerust maanden doorbrengen om het land te verkennen. En die heb ik niet, dus ik cross in sneltreinvaart door het land. Zo sta je dus de ene dag op een gletsjer en loop je de andere in een subtropisch regenwoud. Om weer een volgende dag in een kayak over turkooizen water te peddelen. Dat kan hier. De afstanden zijn goed bereisbaar en de natuur idioot divers. Achter iedere bocht ligt weer een ander picture perfect landschap. Awesome!

Een hoogtepunt was toch wel het zwemmen met dolfijnen in Kaikoura. Voor dag en dauw stond ik dik ingepakt in een wetsuit op een boot in de South Pacific Ocean. Klaar voor een duik in ijskoud water tussen honderden dolfijnen. Een stuk of vijfhonderd zelfs volgens de guide op de boot. Die zelf overigens al iets te lang met dolfijnen omgaat, te merken aan de dolfijnengeluiden die ze zelf uitkraaide, maar dat terzijde. Ook ik moest er aan geloven om me als een dolfijn te gedragen. Naar het schijnt trek je hun aandacht door gekke geluiden door je snorkel te maken en te zwemmen als een dolfijn. Zo gezegd, zo gedaan. En ze kwamen! Met velen tegelijk zwommen ze om me heen en onder me door.  Als ik m’n hand uitstak had ik ze zo kunnen aanraken (niet gedaan uiteraard). Zo heb ik ruim een half uur in het water doorgebracht, kirrend door m’n snorkel en cirkeltjes draaiend. Om daarna bijna te stikken van al het zeewater in m’n snorkel. Ik wil niet weten hoe dit spektakel er vanaf de boot uit moet zien. Laat staan wat die dolfijnen wel niet van ons denken. Ach, maar ik heb wel mooi een AWESOME begin van mijn trip door New Zealand gehad!

Ps. Awesome is een woord dat de Kiwi’s veel gebruiken. Net als sweet as.

Ondertussen:

  • kun je hieronder het filmpje bekijken van de dolfijnen die met de boot meezwemmen.
  • zijn er natuurlijk ook een heleboel awesome foto’s.
  • heb ik mijn mini-reisfamilie gedag gezegd en ben ik op het noordereiland om mijn laatste 10 dagen hier in te vullen voor ik naar Fiji vlieg (ja, Fiji, u mag jaloers zijn).
New Zealand

Alice Springs, een saai stadje midden in het rode centrum van Australië. Alleen is het hier niet rood, maar groen. Rivieren die normaal gesproken niet meer dan een droge zandbedding zijn, stromen weer. De woestijn leeft en is begroeid met gras, planten en bomen. Er is in 10 jaar niet zoveel regen gevallen, dat de watervallen die van Uluru storten en de stromende Todd River in Alice Springs nieuws zijn op de nationale tv. En ik was erbij.

Moeder natuur is me gunstig gezind op deze trip Down Under. Zo heb ik tijdens een road trip over de Great Ocean Road tientallen koala’s in bomen zien bungelen. Nou ja bungelen, eerder slapen, want dat is wat die schattige wollige beestjes 20 uur per dag doen. Heb ik kangaroos en wallabies in het wild zien rondhoppen. [Leuk feitje, kangaroo is Aboriginal taal voor ‘ik begrijp je niet’. Toen de eerste westerlingen hier roo’s zagen vroegen ze aan de oorspronkelijke inwoners wat dat voor dier was. En die begrepen natuurlijk geen bal van wat die Engelsmannen zeiden.] In Tasmanië heb ik dolfijnen, pinguins en zeehonden gezien. Een beetje meer kunstmatig, maar daardoor niet minder leuk, kangaroos gevoerd en Tasmanian devils horen brullen. Verder: emu’s die je lunch willen stelen, dingo’s die over de weg hollen, grazende wilde kamelen (geen natives overigens maar overblijfselen van Afghaanse gastarbeiders en nu het meest pure kamelenras ter wereld).

Wildlife is overal in Australië! Dat tegenkomen is op zich geen wonder, dat is gewoon geluk hebben. Wat wel een wonderbaarlijk schouwspel is, zijn de watervallen die ik van Uluru af heb zien donderen. Na een spectaculaire lichtshow van de zon tijdens diens ondergang, zijn we de volgende dag getrakteerd op een fikse regenbui. Genoeg redenen voor Rachelle, onze stoere outbackchick van een gids, om de tourbus om te keren en ons bij Uluru eruit te gooien. Dit was een once in a lifetime opportunity. Zo geschiedde en stond ik volledig doorweekt naar de watervallen bij die imposante rooie rots te kijken. En indrukwekkend was het zeker! Met veel geweld kletterde het water van alle kanten naar beneden. Een machtig mooi natuurverschijnsel.

Nat, moe en voldaan zijn we de bus weer ingeklommen, om die avond na een op -eigen gesprokkeld- haardvuur gekookt diner in onze stinkende swags te kruipen. Een swag is een soort slaapzak van tentdoek met een matras erin. Je ligt dus gewoon buiten onder de sterrenhemel, met slechts de zogenoemde ‘monsterflap’ (een naar zweet riekende lap die je over je hoofd heen gooit) om je te beschermen tegen insecten die over je gezicht heen rennen of in gaatjes kruipen. Neemt niet weg dat slapen onder de sterrenhemel in de outback absoluut gaaf en een must-do is!

Inmiddels ben ik terug in Alice Springs, na een fucking awasome 3-daagse tour in de outback. Woensdag vlieg ik van dit wonderland naar het volgende wonderland, New Zealand. Daar wachten me kiwi’s, hobbits, walvissen en nog veel meer wonderen der natuur.

Hieronder een fimpje van de watervallen op Uluru en check vooral ook de spectaculaire natuur- en wildlife foto’s in mijn Australia album!

Australia

Er was eens een prinses. Ze was zo mooi dat maar liefst vier prinsen met haar wilden trouwen (luxepositie). De prinses, Mandalika, kon maar niet kiezen. Kiest ze voor de ene prins, moet ze drie anderen teleurstellen (that’s life zou ik zeggen). Met die druk kon ze niet leven. Op een dag trok ze haar mooiste kleren aan en riep iedereen bij elkaar, haar vrienden, familie en de prinsen. Vanaf een rots bij de zee sprak ze hen toe. Ze had haar besluit genomen, het was tijd om te gaan. Maar ieder jaar op de 19e dag van de 10e maand van de Sasak (Lombok) kalender zou ze terugkeren. Voor iedereen. In de vorm van Nyale. Toen stortte ze zich van de rots de zee in.

Het is nog donker als Samsul, de eigenaar van de homestay, op de deur klopt. 5 uur in de ochtend. Ik schiet snel wat kleren aan en spring op de motobike. Als we aankomen is het strand afgeladen met mensen. Bau Nyale (oftwel: wormen vangen). Het jaarlijkse festival waarbij heel Lombok afreist naar het zuiden van het eiland om de Nyale wormen te vangen. Ze komen in de kleuren groen, bruin, rood en zwart. Twee dagen lang staan de Sasak (zoals de lokale bevolking van Lombok genoemd wordt) vroeg op om zoveel mogelijk van deze delicatesse te scoren. Je eet ze rauw of gekookt in bananenblad. Ik laat die gelegenheid aan me voorbij gaan, maar ik pulk -met de slaap nog in mijn ogen- de wormen uit de poeltjes water die de zee achtergelaten heeft op de rotsen. Heel voorzichtig, want de dunne slierten breken gemakkelijk. Zodra de zon op is, is het afgelopen. Voor de Sasak gaat het feest nog even door. Want niet alleen draait Bau Nyale om de wormpjes, het is ook een verkapte huwelijksmarkt. Vele jongens en meisjes vinden hier hun partner. In tegenstelling tot prinses Mandalika.

Voorafgaand aan Bau Nyale is Kuta Lombok drie dagen lang in de ban van stickfighting. Jonge stoere mannen wagen een kansje en bevechten elkaar met stokken. Het is niet zo dat ze er als wilden op los slaan, er gelden regels. De jongens melden zich aan of worden uit het publiek gekozen met behulp van twee officials. Als er een match is krijgen de jongens een hoofddoek en aan doek voor om hun middel, bij wijze van traditionele outfit (met daaronder een spijkerbroek of surfshort, ze gaan hier ook met de tijd mee). Slaan onder de gordel is niet toegestaan, net als vastklampen. En wie te dicht bij het publiek komt kan een fluitje van de scheids verwachten. Het gaat er hard aan toe, maar voor de jongens is het ook gewoon een spel. Ze lachen, dagen elkaar uit met gekke dansjes, pas als de stokken neerdalen op hun schermen of lichamen worden ze weer serieus. In het publiek is het dringen geblazen. Ieder leeg plekje wordt bezet. Als ik wil opstaan zie ik een muur van mensen achter me. Toch nog maar even blijven zitten, anders zien die kleine Indo’s niks. Na de laatste match is iedereen ineens weg en is het net alsof er nooit iets is gebeurd, daar op het strand van Kuta.

>> Bekijk hieronder het filmpje van het stickfighten!
>> Check ook mijn Indonesia album voor de laatste foto’s.

Inmiddels zit mijn tijd in Azië erop. Woensdag vlieg ik naar Sydney en gaat het avontuur verder Down Under. Ik kan iedereen met reisplannen richting Azië twee dingen aanraden: plan niets en boek alleen een ticket naar Bangkok. Want Azië heeft zoveel te bieden, dat je er met gemak maanden kunt rondzwerven.

“Hello mister!!! Hello mister!!!” hoor ik terwijl ik op m’n scooter vele dorpjes voorbij zoef.  Het zijn zo’n beetje de enige woorden Engels die ze kennen, hier in het zuiden van Lombok. Ik ben onderweg van laidback surfersparadise Kuta (nee, dus niet die ene op Bali) richting Ekas. Gewoon, omdat het op de kaart staat. Daar is ook alles mee gezegd. Waar ik een soort van mini-badplaats had verwacht is niet meer dan een dorpje met voornamelijk rieten huizen en niemand die een woord Engels spreekt. M’n Bahasa Indonesia is nog niet om over naar huis te schrijven, dus met een beetje hulp van de taal-sectie in de Lonely Planet weet ik duidelijk te maken dat ik op zoek ben naar een guesthouse, homestay, whatever. Als ik maar ergens kan crashen. Niet veel later sta ik voor de deur van de enige homestay, wel twee kamers groot, in het dorp. Rumaji, de eigenaar, is net terug van een trip naar Sulawesi samen met twee Franse vrienden. I’m damn lucky dus! En uniek, zo hoor ik later. Er is nog nooit een toerist zomaar op komen dagen en al helemaal geen alleenreizende dame. Als er al toeristen komen, komen ze via Loïc, een van de Franse heren, die hier een stukje land bezit. Daarom amper een toerist te noemen en dus zijn er op dat moment welgeteld twee in Ekas.

Stiekem ben ik wel een beetje trots op mijn hardcore travelervaring. Gewoon een plekje op de kaart aanwijzen en er naartoe rijden. Dat loont. ’s Avonds bekijken we de zonsondergang in Ekas bay vanaf Loïcs land, bovenop een heuvel. De volgende dag rijden we via hobbelige, halfgare wegen door het groen, groenere, groenste landschap richting adembenemende stranden. Bijna surrealistisch, zo mooi. Ik kan ze nu heel cliché gaan beschrijven, zoals iedere reisbrochure doet. Ik laat de foto’s liever voor zich spreken. Aan de overkant van die prachtige stranden ligt….heel lang niets en dan Antartica. Man, man, man wat een werelds gevoel geeft dat als je dan bovenop een rots uitkijkt over blauwe wateren, richting het einde van de wereld.

In Ekas is geen restaurant, dus we eten onze lunch en diner bij Rumaji thuis. Onder het toeziend oog van de dorpelingen, die nieuwsgierig naar ons staren vanaf een houten plateau op palen.

Het is bijna onbegrijpelijk dat dit stukje Lombok nog amper door toeristen is ontdekt. Lang zal dat niet meer duren. Er is een internationale luchthaven in de maak. Zodra ze de gezonken landingsbaan weer hebben opgehoogd en de bagagebanden hebben afgestoft zal het toerisme hier een enorme boost krijgen. Ok, in Indonesisch tempo kan dat nog wel even duren dus. Dat geeft jou mooi de tijd om onontdekt Lombok te ontdekken. Nu het nog kan.

>> Bekijk alle foto’s in mijn Indonesia album!

Ondertussen…

  • Ben ik naar het frissere noorden geweest, voor een tripje naar de watervallen bij de Rinjani vulkaan. Aan de noordkust zijn de stranden zwart in plaats van wit, maar de heuvels zijn net zo groen!
  • Moet ik de Indonesische mannen van me af slaan, want ze zijn maar al te dol op ‘white skin and long nose’. Hoewel mijn skin niet meer white te noemen is inmiddels. Helaas helpt een bruin huidje in mijn geval ook niet, blonde haren werken als een magneet.
  • Ga ik morgen terug naar Kuta (Lombok) voor het jaarlijkse Nyale festival. Komende dagen zijn de mannen druk met stickfighting en woensdag vroeg in de ochtend gaan alle locals het strand op om de nyale wormpjes te verzamelen…en te eten. Brrrr.

Een indringende geur vult mijn neusgaten. We zijn op bestemming aangekomen. Ik zie niets, want ik zit verscholen onder de regencape van de bestuurder van een motobike. De regen komt met bakken uit de hemel in Jakarta. Regenseizoen. Als ik afstap sta ik op een van de grootste vuilnisbelten van Azië, in Bantar Gebang. Ik ben op pad met Resa. Ze woont samen met haar moeder, broer en zusje in een huis naast de vuilstort. Waar ze vroeger uitzicht hadden op rijstvelden, ligt nu een grote berg rottend afval. Met de stank in onze neus, die er door de regen niet minder op wordt, eten we de rijst met rendang, boontjes en garnalen die haar moeder heeft klaargemaakt. Daarna geeft Resa me een setje kleren, zodat mijn eigen kloffie niet naar vuilnishoop gaat stinken. En een paar knalgele Crocs (tja, ik moest m’n slippers sparen en dan zijn die dingen nou eenmaal handig). Resa heeft hier haar project, Biag Plastic, gesponsord door Crocs Europe en Plan Nederland. Biag, naar de meisjesprojecten van Plan ‘Because I am a Girl’. Want Resa gelooft in die projecten. De vuilrapers, de mensen die op de vuilnisbelt wonen (ja, wonen!) filteren plastic uit de enorme berg afval. Achter Resa’s huis wordt het plastic vervolgens gescheurd, gewassen, gedroogd en gebundeld. Een kilo plastic levert een medewerker 200 rupiah op, dat is € 0,016. Resa verkoopt het plastic door aan fabrieken, zoals die van Crocs bijvoorbeeld. Vier maanden geleden is het project gestart en het biedt inmiddels aan 17 mensen een inkomen. Met de opbrengst van het plastic biedt Resa de kinderen van de vuilnisbelt een onderkomen en onderwijs in het geimproviseerde klaslokaal naast haar huis. 

Nadat ik me in de geleende kleren heb gehijst wil ik mijn sjaal pakken, om voor mijn mond en neus te houden als we de vuilstort op gaan. “No, no leave it here”. Je mag niet laten merken dat je het vindt stinken, vertelt Resa. Dat maakt de mensen kwaad, met het risico dat ze je gaan bekogelen met ..ja logisch…afval. Als je niet tegen de stank kunt, dan moet je hier niet komen. Goed, dat wordt even doorbijten dus. Ik neem een hap semi-schone lucht en stap de voordeur uit op mijn gele Crocs.

We lopen naar een rijtje sloppen, want huizen kun je het nauwelijks noemen. De mensen zijn nieuwsgierig naar de ‘bule’ (buitenlander) die hen komt opzoeken. Vliegen dwarrelen om me heen, het heeft geen zin om ze van me af te slaan, het zijn er teveel. “Selamat sore’ roep ik terwijl mijn voeten langzaam wegzinen in de stinkende derrie. Niet bij nadenken. Straks is er water en zeep. Bij iedere stap die we nemen sijpelt er meer vuil water de plastic klompen binnen. De stank is niet te harden en het kost me moeite om mijn eten binnen te houden. Resa laat me een huis van binnen zien. Onlangs is er brand geweest op de vuilnisbelt. De brandgeur is nog duidelijk in het huis aanwezig. Er is één matras, geen meubilair, een kookplaatje in de keuken en meer niet. Hier woont een hele familie. Ik kan me er nauwelijks iets bij voorstellen. We lopen verder en overal waar we stilstaan poppen kinderen met grote bruine ogen op als paddestoelen. Ik maak foto’s en laat ze aan hen zien, altijd een succes. Een high-five er achteraan en je bent verzekerd van een grote glimlach. Bij een ander huis wijst Resa op een paar palen met wat plastic eroverheen, dat is een toilet. Niet meer dan een gammel hokje en een gat in de grond. Ik kijk naar de kinderen en de tranen springen me in de ogen. Je weet dat veel mensen in ontwikkelingslanden het slecht hebben, we zien het op tv, horen het op de radio en lezen het in de direct mailings van goede doelen die ik zelf zoveel geschreven heb. Toch is het altijd een ‘ver-van-je-bed-show’. Leed op duizenden kilometers afstand. Sta je er met je neus bovenop, letterlijk, dan laat het je niet koud. Het gaat hier om het ontbreken van simpele basisbehoeften. Sanitatie en de daarmee samenhangende gezondheid. Scholing voor de kinderen. Allemaal zo enorm belangrijk om deze mensen vooruit te helpen. Resa doet goed werk. Ondanks dat haar huis ook niet meer dan een schuur is heeft zij in vergelijking tot deze mensen weinig reden tot klagen. Nou ja, een beetje dan, want omdat het nu regenseizoen is kan ze haar mensen niet aan werk houden. Het plastic droogt niet zonder de aanwezigheid van de zon. In deze tijd van het jaar heeft ze een droogmachine nodig en die dingen kosten harde knaken, die er niet zijn. Maar Resa is positief. Zodra de zon weer gaat schijnen kan ze weer fantastische initiatieven ontplooien…dankzij en met plastic.

>> Bekijk de foto’s van mijn bezoek aan Bantar Gebang in mijn fotoalbum.

Hieronder een filmpje van Plan Nederland over het project van Resa.

PS. Op dit moment is Resa bezig met het opzetten van een stichting voor Biag Plastic. Haar project in Bantar Gebang steunen kan natuurlijk altijd! Neem contact op met Resa voor de mogelijkheden: rhey_lv2@yahoo.com

Cambodja, Laos, Vietnam. Zuidoost-Azië, ook wel bekend als The Banana Pancake Trail. Daar waar reizigers zijn, staat de banana pancake op het menu. De wereld is hier een stukje kleiner, want iedereen legt zo’n beetje dezelfde routes af. Je kunt iemand in Bangkok ontmoeten en diegene twee maanden later tegenkomen in Hanoi of op een tropisch eiland. Ja, wij backpackers komen met velen (en waag het niet ons ‘toeristen’ te noemen)! Helaas ontkom je er niet aan om af en toe de toerist uit te hangen. Een gevalletje van ‘nu we er toch zijn’. Dan laat je die hoopjes rots in de Zuid-Chinese Zee niet links liggen (Halong Bay) en duik je toch onder de grond voor een stukje oorlogshistorie (Cu Chi tunnels). Hele busladingen vol Westerlingen worden dagelijks door het land gereden. Het geeft niet, iedereen reist zijn eigen reis, op zijn manier. En we spelen allemaal een kleine rol in ieders unieke reis.

Inmiddels zit mijn tijd in Zuidoost-Azië erop. Drie verschillende landen, veel overeenkomsten. Same same but different. Mijn eindconclusie is dat er niet zozeer één land is waar ik mijn hart aan heb verpand. Het is heel Zuidoost-Azië. Alles gaat hier zo makkelijk, zo relaxed. Het leven is goedkoop, de mensen vriendelijk. Want de mensen, daar draait het allemaal om. De medereizigers voor het uitwisselen van reisverhalen, een avondje drinken of het ondernemen van activiteiten. En de locals, met name de locals, zorgen ervoor dat je een cultuur beter leert kennen. Zij zorgen voor die unieke onbetaalbare momenten. En juist die momenten zijn zo lastig in woorden te vangen. Het zijn vaak van die je-had-erbij-geweest-moeten-zijn momenten. Een greep uit mijn ervaringen in Vietnam: de glimlach die je terugkrijgt als je naar een local lacht. De verrassing op hun gezicht als je ze een gelukkig nieuwjaar wenst in het Vietnamees (Chuc Mung Nam Moi!). De kinderen die naar je zwaaien en ‘hello’ roepen. Karaoke met Vietnamese meiden. Dansen in de disco met een groep 14-jarige jochies. Maar ook: na een avondje stappen zwemmen in de zee en sterren kijken met een groepje backpackers. De onderwaterwereld verkennen door mijn Open Water Diver certificate te halen. Surfles op de golven bij Mui Ne van een Sloveen met een prachtig accent en een opvallende vergelijkenis met Gonzo (de muppet).

Dat zijn allemaal mijn ervaringen, die kan ik niet overbrengen. Echt, je had erbij geweest moeten zijn…

Vietnam maakt zich nu op voor het nieuwe jaar, het jaar van de kat. Veel winkels en restaurants zijn al gesloten. Op de straten is het een drukte van jewelste. Iedereen is onderweg met de motobike, beladen met bloemen en planten ter decoratie. Ze hebben wel zin in een feestje, die Vietnamezen. Ik vlieg straks naar Jakarta. Het schijnt dat ze in Indonesië ook banana pancakes hebben…

Check mijn Vietnam fotoalbum!

ps. Een foto van een banana pancake zou passend zijn geweest. Helaas bevind ik mij in een toeristloos gebied in Saigon, dus ik kon vanmorgen geen pancakes vinden.