Onder mij, op een duizelingwekkende afstand van 150 meter, is niets dan groen. Ik ben in de jungle die Bokeo national park heet en hang aan een kabel in een harnas. Met niets anders dan een stuk fietsband als rem, om te voorkomen dat ik tegen de boom aan het einde van de kabel knal. Zo zipline ik als een aapje door de jungle. Een Gibbon welteverstaan, want dit is hun leefgebied. Ik heb ze gezien en gehoord, de zwarte aapjes met lange armen, slingerend van tak naar tak. Helaas is het voor hun doen wat koud in deze tijd van het jaar en blijven ze liever in hun boom zitten. Dus moet er een verrekijker aan te pas komen om ze te zien.
Samen met vijf anderen (vier Amerikanen en een Ier) en huiskat Boeboe deel ik een luxe boomhut. Van bijna alle gemakken voorzien. De bovenverdieping is de meidenkamer, daar slapen Jean en ik. Zonder muskietennet, voor dat beetje extra junglefeeling. Gelukkig ben ik niet ook een beetje extra gestoken door het muggenvolk. ’s Avonds spelen we drinking games met zelfgefabriceerde Gibbon Juice (laffe thee met Ovaltine, een flinke scheut whisky en condensed milk) of de meer ladylike cocktail Sex on the Gibbon (versgeperste mandarijnensap met whisky en groene chemische limonade). Overdag pijnigen we onze benen met hiken van en naar de ziplines. Want ja, dat ziplinen is dan wel heel erg leuk, er komt ook een serieuze hoeveelheid wandelen bij kijken. En de jungle is niet zo plat als Holland kan ik je vertellen. Drie dagen vliegen letterlijk voorbij en voor ik het weet sta ik weer met beide benen op de grond. Met in mijn camera de foto’s en filmpjes en in mijn nek een pijnlijke brandplek als souvenir. Oftewel, een Gibbon-zuigzoen zoals mijn mede-Gibbonees het noemen. Tja, het was of mezelf branden aan de kabel of tegen een boom aanknallen, dan is de keuze vrij snel gemaakt.

Vandaag heb ik Laos verlaten. En dat doet een beetje pijn, want na 26 dagen hier heb ik het land en het volk wel een plekje in mijn hart gegeven. In het bijzonder het dorpje Muang Ngoi. Alleen bereikbaar per boot en nog redelijk ongeschonden door het toerisme. Hier heb ik het echte Laos-leven ontdekt door tijdens een trekking in een ceremonie te belanden in een authentiek dorp. Door te gaan vissen en ’s avonds de verse vangst opeten. Door drinking games te spelen met de locals via een vissenkop tussen twee borden. Alles uiteraard doordrenkt met Lao Lao Whisky, gebrouwen van sticky rice. Ja, zelfs dat vergif ga ik missen aan Laos (dat ik hier niet ziek ben geweest is vermoedelijk te wijten aan die bacteriënkiller). Was ik al lyrisch over Cambodja, Laos is echt een must-go!

Nu ben ik in Hanoi, Vietnam. Hier wacht mij een nieuw jaar en oude bekenden! Vanaf deze kant van de aardbol wens ik jullie allemaal een machtig mooi 2011 boordevol avonturen, geluk, liefde en gezondheid.

Kus, Debby

ps. Kijk en geniet mee van het uitzicht op onderstaande video! Ook de foto’s zijn geupdate, check it out!

2 Responses to “Me jungle Jane”

  1. Rik says:

    holy crap….het ziet er wel hoog uit op dat filmpje zegggg!!! #scary #rik=bangepoeperd

  2. [...] kan ik uitleggen hoe het voelt om door de jungle te zweven en op 100 meter hoogte te slapen in een boomhut? Onder miljoenen sterren (en een stuk of wat mega [...]

Leave a Reply