Een indringende geur vult mijn neusgaten. We zijn op bestemming aangekomen. Ik zie niets, want ik zit verscholen onder de regencape van de bestuurder van een motobike. De regen komt met bakken uit de hemel in Jakarta. Regenseizoen. Als ik afstap sta ik op een van de grootste vuilnisbelten van Azië, in Bantar Gebang. Ik ben op pad met Resa. Ze woont samen met haar moeder, broer en zusje in een huis naast de vuilstort. Waar ze vroeger uitzicht hadden op rijstvelden, ligt nu een grote berg rottend afval. Met de stank in onze neus, die er door de regen niet minder op wordt, eten we de rijst met rendang, boontjes en garnalen die haar moeder heeft klaargemaakt. Daarna geeft Resa me een setje kleren, zodat mijn eigen kloffie niet naar vuilnishoop gaat stinken. En een paar knalgele Crocs (tja, ik moest m’n slippers sparen en dan zijn die dingen nou eenmaal handig). Resa heeft hier haar project, Biag Plastic, gesponsord door Crocs Europe en Plan Nederland. Biag, naar de meisjesprojecten van Plan ‘Because I am a Girl’. Want Resa gelooft in die projecten. De vuilrapers, de mensen die op de vuilnisbelt wonen (ja, wonen!) filteren plastic uit de enorme berg afval. Achter Resa’s huis wordt het plastic vervolgens gescheurd, gewassen, gedroogd en gebundeld. Een kilo plastic levert een medewerker 200 rupiah op, dat is € 0,016. Resa verkoopt het plastic door aan fabrieken, zoals die van Crocs bijvoorbeeld. Vier maanden geleden is het project gestart en het biedt inmiddels aan 17 mensen een inkomen. Met de opbrengst van het plastic biedt Resa de kinderen van de vuilnisbelt een onderkomen en onderwijs in het geimproviseerde klaslokaal naast haar huis. 

Nadat ik me in de geleende kleren heb gehijst wil ik mijn sjaal pakken, om voor mijn mond en neus te houden als we de vuilstort op gaan. “No, no leave it here”. Je mag niet laten merken dat je het vindt stinken, vertelt Resa. Dat maakt de mensen kwaad, met het risico dat ze je gaan bekogelen met ..ja logisch…afval. Als je niet tegen de stank kunt, dan moet je hier niet komen. Goed, dat wordt even doorbijten dus. Ik neem een hap semi-schone lucht en stap de voordeur uit op mijn gele Crocs.

We lopen naar een rijtje sloppen, want huizen kun je het nauwelijks noemen. De mensen zijn nieuwsgierig naar de ‘bule’ (buitenlander) die hen komt opzoeken. Vliegen dwarrelen om me heen, het heeft geen zin om ze van me af te slaan, het zijn er teveel. “Selamat sore’ roep ik terwijl mijn voeten langzaam wegzinen in de stinkende derrie. Niet bij nadenken. Straks is er water en zeep. Bij iedere stap die we nemen sijpelt er meer vuil water de plastic klompen binnen. De stank is niet te harden en het kost me moeite om mijn eten binnen te houden. Resa laat me een huis van binnen zien. Onlangs is er brand geweest op de vuilnisbelt. De brandgeur is nog duidelijk in het huis aanwezig. Er is één matras, geen meubilair, een kookplaatje in de keuken en meer niet. Hier woont een hele familie. Ik kan me er nauwelijks iets bij voorstellen. We lopen verder en overal waar we stilstaan poppen kinderen met grote bruine ogen op als paddestoelen. Ik maak foto’s en laat ze aan hen zien, altijd een succes. Een high-five er achteraan en je bent verzekerd van een grote glimlach. Bij een ander huis wijst Resa op een paar palen met wat plastic eroverheen, dat is een toilet. Niet meer dan een gammel hokje en een gat in de grond. Ik kijk naar de kinderen en de tranen springen me in de ogen. Je weet dat veel mensen in ontwikkelingslanden het slecht hebben, we zien het op tv, horen het op de radio en lezen het in de direct mailings van goede doelen die ik zelf zoveel geschreven heb. Toch is het altijd een ‘ver-van-je-bed-show’. Leed op duizenden kilometers afstand. Sta je er met je neus bovenop, letterlijk, dan laat het je niet koud. Het gaat hier om het ontbreken van simpele basisbehoeften. Sanitatie en de daarmee samenhangende gezondheid. Scholing voor de kinderen. Allemaal zo enorm belangrijk om deze mensen vooruit te helpen. Resa doet goed werk. Ondanks dat haar huis ook niet meer dan een schuur is heeft zij in vergelijking tot deze mensen weinig reden tot klagen. Nou ja, een beetje dan, want omdat het nu regenseizoen is kan ze haar mensen niet aan werk houden. Het plastic droogt niet zonder de aanwezigheid van de zon. In deze tijd van het jaar heeft ze een droogmachine nodig en die dingen kosten harde knaken, die er niet zijn. Maar Resa is positief. Zodra de zon weer gaat schijnen kan ze weer fantastische initiatieven ontplooien…dankzij en met plastic.

>> Bekijk de foto’s van mijn bezoek aan Bantar Gebang in mijn fotoalbum.

Hieronder een filmpje van Plan Nederland over het project van Resa.

PS. Op dit moment is Resa bezig met het opzetten van een stichting voor Biag Plastic. Haar project in Bantar Gebang steunen kan natuurlijk altijd! Neem contact op met Resa voor de mogelijkheden: rhey_lv2@yahoo.com

5 Responses to “Plastic fantastic”

  1. Lydia says:

    Goed nieuws is dat Resa in het voorjaar naar Nederland komt! Maar voor die tijd een droogmachine dus!

  2. Prachtige blog Deb, 1 van je betere naar mijn mening. BALI wacht op je, wiehoe! Dikke zoen op je bruine hoofdje :-)

  3. Rik says:

    aangrijpend verhaal….ik kan het me amper voorstellen hoe het is om op zo’n manier te moeten leven. Je 1e levensbehoeften die er gewoon niet zijn. Stromend water, toilet, scholing….
    En dan die vliegen. Wat een fantastische foto met al die vliegen op die electriciteitskabel.

    Ik word al gek van 1 vlieg op me slaapkamer, laat staan dat ze tot je standaard inboedel behoren!

  4. [...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Marije van Soest, Maarten Peetoom MBA. Maarten Peetoom MBA heeft gezegd: @debbyjagers Lees met stijgende verbazing (ondanks dat we het eigenlijk wel weten!) je blog: http://goo.gl/wD8qX #biag Plastic fantastic [...]

  5. Miriam says:

    Hi!!

    Ik ben sept ‘09 bij Resa geweest voor het Crocs project. Fantastisch dat je op deze manier hier aandacht aan besteed! Ik hoop dat je net als ik toen deze mensen in je herinnering meeneemt, vooral hun “warm welcome” en de mogelijkheden die er nog gaan komen.

    Fijne reis verder,

    Miriam

Leave a Reply