Alice Springs, een saai stadje midden in het rode centrum van Australië. Alleen is het hier niet rood, maar groen. Rivieren die normaal gesproken niet meer dan een droge zandbedding zijn, stromen weer. De woestijn leeft en is begroeid met gras, planten en bomen. Er is in 10 jaar niet zoveel regen gevallen, dat de watervallen die van Uluru storten en de stromende Todd River in Alice Springs nieuws zijn op de nationale tv. En ik was erbij.

Moeder natuur is me gunstig gezind op deze trip Down Under. Zo heb ik tijdens een road trip over de Great Ocean Road tientallen koala’s in bomen zien bungelen. Nou ja bungelen, eerder slapen, want dat is wat die schattige wollige beestjes 20 uur per dag doen. Heb ik kangaroos en wallabies in het wild zien rondhoppen. [Leuk feitje, kangaroo is Aboriginal taal voor ‘ik begrijp je niet’. Toen de eerste westerlingen hier roo’s zagen vroegen ze aan de oorspronkelijke inwoners wat dat voor dier was. En die begrepen natuurlijk geen bal van wat die Engelsmannen zeiden.] In Tasmanië heb ik dolfijnen, pinguins en zeehonden gezien. Een beetje meer kunstmatig, maar daardoor niet minder leuk, kangaroos gevoerd en Tasmanian devils horen brullen. Verder: emu’s die je lunch willen stelen, dingo’s die over de weg hollen, grazende wilde kamelen (geen natives overigens maar overblijfselen van Afghaanse gastarbeiders en nu het meest pure kamelenras ter wereld).

Wildlife is overal in Australië! Dat tegenkomen is op zich geen wonder, dat is gewoon geluk hebben. Wat wel een wonderbaarlijk schouwspel is, zijn de watervallen die ik van Uluru af heb zien donderen. Na een spectaculaire lichtshow van de zon tijdens diens ondergang, zijn we de volgende dag getrakteerd op een fikse regenbui. Genoeg redenen voor Rachelle, onze stoere outbackchick van een gids, om de tourbus om te keren en ons bij Uluru eruit te gooien. Dit was een once in a lifetime opportunity. Zo geschiedde en stond ik volledig doorweekt naar de watervallen bij die imposante rooie rots te kijken. En indrukwekkend was het zeker! Met veel geweld kletterde het water van alle kanten naar beneden. Een machtig mooi natuurverschijnsel.

Nat, moe en voldaan zijn we de bus weer ingeklommen, om die avond na een op -eigen gesprokkeld- haardvuur gekookt diner in onze stinkende swags te kruipen. Een swag is een soort slaapzak van tentdoek met een matras erin. Je ligt dus gewoon buiten onder de sterrenhemel, met slechts de zogenoemde ‘monsterflap’ (een naar zweet riekende lap die je over je hoofd heen gooit) om je te beschermen tegen insecten die over je gezicht heen rennen of in gaatjes kruipen. Neemt niet weg dat slapen onder de sterrenhemel in de outback absoluut gaaf en een must-do is!

Inmiddels ben ik terug in Alice Springs, na een fucking awasome 3-daagse tour in de outback. Woensdag vlieg ik van dit wonderland naar het volgende wonderland, New Zealand. Daar wachten me kiwi’s, hobbits, walvissen en nog veel meer wonderen der natuur.

Hieronder een fimpje van de watervallen op Uluru en check vooral ook de spectaculaire natuur- en wildlife foto’s in mijn Australia album!

Australia

Leave a Reply