“Are these shoes okay for trekking?” vraag ik terwijl ik mijn blauwe All Star-sneaker in de lucht steek. “Yeah yeah okay okay” antwoordt de Vietnamees achter de balie van het reisbureau. Als we in stervenskoud en mistig Sapa aankomen begin ik te twijfelen. En als onze gids Kuo, die eruit ziet als een 12-jarige, in regenlaarzen aan komt zetten begin ik me zorgen te maken. Als we op pad gaan worden we achtervolgd door een horde verkoopsters in klederdracht. Mooi niet dat ik wat ga kopen, bedenk ik bij mezelf. Ik wist toen nog niet dat ik later die dag bij wel drie dames een schuld te vereffenen had. Zodra we de verharde weg verlaten bevinden we ons op een grote modderige glijbaan naar beneden. Twee bergvrouwtjes grijpen mijn handen en helpen me behoedzaam de bergen op en af. Zo’n beetje gedurende de hele trekking hang ik tussen twee dames van middelbare leeftijd in, die zelf -hop hop hop- zonder moeite op hun regenlaarsjes de berg af tippelen. Inmiddels zijn mijn All Stars niet meer blauw maar modderbruin en doorweekt. Ook mijn broek zit tot over de knieën vol modder. Was mijn eerste zorg voor deze trekking nog de kou, is het nu veilig de berg afkomen geworden. Als we de homestay bereiken is het tijd om af te rekenen, want ja, deze dames begrijpen hoe het werkt. Wij komen zonder hun hulp die berg niet af en daar moeten we een prijs voor betalen, het zijn keiharde zakenvrouwen. Die avond slapen we bij een H’mong familie en worden we getrakteerd op een fantastisch maaltje bestaande uit verschillende groente-, tofu- en vleesgerechten en door ons zelf gerolde loempia’s. Bij al dat overheerlijke eten mag het lokale drankje, rijstwijn, niet ontbreken. We herinneren ons nog de eerste 20 shotjes, daarna zijn we de tel kwijt geraakt. Om vervolgens volledig aangekleed wakker te worden onder een megadik dekbed, volledig uitgedroogd. Het moge duidelijk zijn dat we die dag de makkelijke route terug namen naar het winterse Sapa. Gelukkig is de mist die dag enigszins opgetrokken waardoor we nog van de met rijstterrassen bezaaide heuvels hebben kunnen genieten. Ik kan me voorstellen dat het hier in de zomermaanden absoluut adembenemend is. En vooral minder koud en glibberig. Maar daarvoor hebben ze hier dus de rijstwijn uitgevonden.

Verder in Vietnam:

  • Wie denkt dat ik mij in tropische oorden bevind heeft het mis. Noord-Vietnam heeft gewoon 4 seizoenen en het is nu winter (en dus KOUD!).
  • Er blijken een heleboel Brazilianen te voetballen hier in Vietnam. Zo wordt het toch nog enigszins warm.
  • Halong Bay was mooi (en eveneens mistig en koud). We hadden een prima boot, maar ik adviseer dat ze de kok kielhalen. Het vieste eten gehad sinds ik weg ben, blegh
  • Inmiddels ben ik in Hue waar de temperatuur iets hoger ligt, maar het wel de hele dag regent. Tot nu toe hebben we alleen de massage- en pedicuresalon bekeken.
  • Onder mij, op een duizelingwekkende afstand van 150 meter, is niets dan groen. Ik ben in de jungle die Bokeo national park heet en hang aan een kabel in een harnas. Met niets anders dan een stuk fietsband als rem, om te voorkomen dat ik tegen de boom aan het einde van de kabel knal. Zo zipline ik als een aapje door de jungle. Een Gibbon welteverstaan, want dit is hun leefgebied. Ik heb ze gezien en gehoord, de zwarte aapjes met lange armen, slingerend van tak naar tak. Helaas is het voor hun doen wat koud in deze tijd van het jaar en blijven ze liever in hun boom zitten. Dus moet er een verrekijker aan te pas komen om ze te zien.
    Samen met vijf anderen (vier Amerikanen en een Ier) en huiskat Boeboe deel ik een luxe boomhut. Van bijna alle gemakken voorzien. De bovenverdieping is de meidenkamer, daar slapen Jean en ik. Zonder muskietennet, voor dat beetje extra junglefeeling. Gelukkig ben ik niet ook een beetje extra gestoken door het muggenvolk. ’s Avonds spelen we drinking games met zelfgefabriceerde Gibbon Juice (laffe thee met Ovaltine, een flinke scheut whisky en condensed milk) of de meer ladylike cocktail Sex on the Gibbon (versgeperste mandarijnensap met whisky en groene chemische limonade). Overdag pijnigen we onze benen met hiken van en naar de ziplines. Want ja, dat ziplinen is dan wel heel erg leuk, er komt ook een serieuze hoeveelheid wandelen bij kijken. En de jungle is niet zo plat als Holland kan ik je vertellen. Drie dagen vliegen letterlijk voorbij en voor ik het weet sta ik weer met beide benen op de grond. Met in mijn camera de foto’s en filmpjes en in mijn nek een pijnlijke brandplek als souvenir. Oftewel, een Gibbon-zuigzoen zoals mijn mede-Gibbonees het noemen. Tja, het was of mezelf branden aan de kabel of tegen een boom aanknallen, dan is de keuze vrij snel gemaakt.

    Vandaag heb ik Laos verlaten. En dat doet een beetje pijn, want na 26 dagen hier heb ik het land en het volk wel een plekje in mijn hart gegeven. In het bijzonder het dorpje Muang Ngoi. Alleen bereikbaar per boot en nog redelijk ongeschonden door het toerisme. Hier heb ik het echte Laos-leven ontdekt door tijdens een trekking in een ceremonie te belanden in een authentiek dorp. Door te gaan vissen en ’s avonds de verse vangst opeten. Door drinking games te spelen met de locals via een vissenkop tussen twee borden. Alles uiteraard doordrenkt met Lao Lao Whisky, gebrouwen van sticky rice. Ja, zelfs dat vergif ga ik missen aan Laos (dat ik hier niet ziek ben geweest is vermoedelijk te wijten aan die bacteriënkiller). Was ik al lyrisch over Cambodja, Laos is echt een must-go!

    Nu ben ik in Hanoi, Vietnam. Hier wacht mij een nieuw jaar en oude bekenden! Vanaf deze kant van de aardbol wens ik jullie allemaal een machtig mooi 2011 boordevol avonturen, geluk, liefde en gezondheid.

    Kus, Debby

    ps. Kijk en geniet mee van het uitzicht op onderstaande video! Ook de foto’s zijn geupdate, check it out!

    In mijn ooghoek zie ik ze al aankomen. Ik pak de rieten mandjes met sticky rice en ren naar de overkant om me te installeren op de matten. “Vlug Marieke, ze komen eraan!” roep ik naar mijn vriendin die nog staat af te rekenen. Ze kijkt op en maakt een sprintje in mijn richting. Ze zit net of we worden ingesloten door bruine voeten onder oranje gewaden. Het is nu volledig stil om ons heen. Langzaam schuiven de monniken voorbij en doen een voor een hun schaal open om een plukje rijst van ons te ontvangen. De rij lijkt eindeloos en mijn vingers beginnen te branden door de hete rijst. Ik gniffel en blaas op mijn vingers. “Stil Deb!” fluistert Marieke me toe. Ik durf de monniken niet aan te kijken, maar ik vraag me af of ze me vanachter hun serieuze gezicht aan het uitlachen zijn. Die domme westerling die haar vingers brandt aan hun ontbijt. Ik vraag me af of iedere monnik zijn eigen schaal leeg eet of dat er een koksmonnik is die van het geheel nog iets smakelijks gaat maken. In die schaal moet een mix van verschillende soorten rijst zitten en verder nog banaantjes en ander etenswaar. Achter de rij monniken barst het camerageweld los. Tussen de oranje doeken zie ik hoe toeristen heen en weer rennen met hun camera’s om een goede shot te maken van dit fascinerende fenomeen. Het geven van offers, iedere morgen om 6 uur, is een traditie hier. De lokale autoriteiten proberen de toeristen via posters duidelijk te maken dat kijken geen probleem is, maar dat je beter niet mee kunt doen en de monniken niet moet storen met camera’s in hun dagelijkse gang door de straten. Begrijpelijk, het zou zonde zijn om er een toeristisch schouwspel van te maken, dat is niet de bedoeling. Toch heb ik meegedaan. Er zaten zo weinig mensen en om die arme jongens nu honger te laten lijden..

    Verder in Laos…

  • De olifanten hebben een goede wasbeurt van ons gehad in de Mekong tijdens de mahout training. Ik weet nu hoe ik een Laotiaanse olifant moet aansturen. Pai pai pai!! (vooruit). Bong bong bong!! (spuit water)
  • In hetzelfde trainingskamp heb ik ook gevoeld hoe koud het kan zijn hier. Gelukkig is er dan Lao Lao Whisky, gemaakt van sticky rice. De locals drinken het zelf omdat het zo goedkoop is. Het bestaat uit 50% alcohol en daar krijg je het in ieder geval lekker warm van!
  • De aanblik van de beschilderde, laveloze toeristen in Vang Vieng deed me bijna in huilen uitbarsten. Het is algemeen bekend dat ik wel van een feestje en een drankje houdt, maar dit was niet mijn kopje thee. Al kwamen we een heel end met onze beertowers…
  • In Vientiane hebben we onze innerlijke rust hervonden tijdens een meditatie met de monniken. Niet iets wat ik regelmatig doe en daarom een bijzondere ervaring. Monniken zijn net mensen, ze checken hun telefoon tussen de meditaties door en luisteren hun favo muziek op hun MP3-speler.
  • Nog zuidelijker ligt het Bolaven plateau, waar we zelf op de moto heengereden zijn. Een semi-automatic dus de dame van de verhuur vond het nogal spannend om de moto aan ons mee te geven. Behalve een houten kont van 2 uur op een scooter zitten hebben we het er heelhuids vanaf gebracht.
  • Tja en Don Det, daar hebben jullie de laatste keer alles over kunnen lezen: hangmatten, happy chocolate en heerlijk relaxen.
  • Vanmiddag heb ik Marieke op de luchthaven afgezet (snik) en nu ben ik dus echt alleen. Komende dagen ga ik een beetje de omgeving van Luang Prabang verkennen en langzaamaan met de slowboat richting Huay Xai, vanwaar uit ik de Gibbon Experience ga doen. Hoog boven de boomtoppen zweven aan ziplines en slapen in boomhutten samen met spinnen ter grootte van een hand. Daarna terug naar Luang Prabang om een vliegtuig naar Hanoi te pakken voor oud & nieuw in Vietnam.

    Tot slot nog linkjes naar de foto’s!
    Cambodja heb ik aangevuld: http://picasaweb.google.com/110613703973537699099/Cambodja?feat=directlink
    Laos: http://picasaweb.google.com/110613703973537699099/Laos?feat=directlink

    Er was iets dat ik moest doen. Maar wat was het ook alweer? Ojaaaaa….jullie op de hoogte houden van al mijn belevenissen hier in Azië!!! Ik heb werkelijk waar geen idee wat er met me aan de hand is. Ondanks alles wat ik meemaak komen de woorden om het in te verpakken niet in me op. Inmiddels staan er een aantal blogs klaar in mijn eigen mooie paarse laptopje, maar die zijn afgekeurd door de keuringscommissie. Mezelf. Is het een travelwritersblock? Podiumangst omdat er zoveel mensen meelezen? Of gewoon tijdsdruk, want het reizen gaat in een redelijk hoog tempo hier. Alleen het reizen dan, want verder hebben ze hier in Laos de hangmat uitgevonden.

    Ik zou niet durven om Cambodja in dit verhaal over te slaan. Dat land verdient eigenlijk een boekwerk, maar ik wil het jullie niet aandoen om dat nu te typen. Daarom hieronder de highlights van twee weken Cambodja:

  • Siem Reap: hometown van de meest fascinerende oude tempels ever! Angkor Wat is nog maar één tempel. Als je echt tempelfreak bent kun je hier met gemak een week ronddwalen. Hoogtepuntje was toch wel de zonsopgang bij Angkor Wat. Het heeft iets magisch om in het donker bij een eeuwenoude tempel aan te komen en de zon boven de vijf torens te zien verschijnen.
  • Phnom Penh: de plek om de donkere geschiedenis van Cambodja te leren kennen bij de voormalige gevangenis S-21 en de Killing Fields. Een must, hoe gruwelijk ook. Het blijft ongelooflijk hoe de Khmer Rouge een kwart van de totale bevolking heeft weten uit te moorden met o.a. marteling, executies en de hongerdood. (leestip: First they killed my father van Loung Ung).
  • Kep: bloedende vingers, maar wel vers gevangen krabbetjes gegeten in deze kustplaats!
  • Rabbit Island: tegenover Kep ligt een mini-bounty island met bamboo hutjes. Waar de naam vandaan komt is ons een raadsel, er waren geen konijnen te bekennen. Volgens onze ‘engelssprekende’ gids heeft Pol Pot ze allemaal opgegeten toen hij zich daar verschuilde. Logisch. Denk bij dit eiland ook aan een groep Spanjaarden op het strand, met een gitaar en jonglerend met vuur. Daar moest een biertje bij! Want ja, dat drink ik sinds kort!
  • De mensen: wat me nog wel het meest opgevallen is aan Cambodja is de vriendelijkheid van de mensen. Je wordt overal met een grote glimlach ontvangen. Cambodja wordt niet voor niets het land van de glimlach genoemd. En wanneer je denkt dat je je spullen (niks bijzonders, maar toch) nooit meer terugziet omdat je ze in de tuktuk hebt laten liggen, verschijnt de tuktukdriver op het allerlaatste moment met je tasje. Ondanks dat de mensen arm zijn, zijn ze oprecht en eerlijk (en als dat niet zo is heb ik het niet gemerkt).
  • Ik zeg: CambodJA!!

    Dan zijn we Cambodja nog niet helemaal uit, want de laatste dagen hebben we doorgebracht in Kratie. Vlakbij de grens van Laos. In de bus hier naar toe hebben we Mike en Bryden leren kennen, vader en zoon uit Melbourne. De afgelopen 4 dagen zijn we een beetje met hen opgetrokken; fietsen, kaarten, poolen, eten, drinken. En vooral: mijn verjaardag vieren! Die begon op het balkon van ons guesthouse in Kratie met Bourbon/cola en een joint en eindigde op het eiland Don Det in Laos. Zo stoned als een garnaal! Ok, je kunt verwachten dat als je tegen de bedreadlockte ober van de reggae bar zegt dat je jarig bent, en deze je gratis ‘happy chocolate’ aanbiedt, dat hier dan iets in zit. Ach, een klein schaaltje met een soort chocoladedeegtoffee-achtig spul delen met zijn vieren, wat kan dat nou kwaad? Niks, behalve dan dat we een hilarische tijd hebben gehad en er een uur over hebben gedaan om de weg naar onze bungalow te vinden (die 5 minuten verderop lag). En probeer dan nog maar eens je lenzen uit te doen! Die avond was er een black moon party in de bewuste reggae bar en dat hebben we gemerkt. Zodra de lichten uitgingen hadden we uitzicht op een prachtige sterrenhemel. Het kan natuurlijk zijn dat we meer sterren hebben gezien dan er daadwerkelijk waren, maar indrukwekkend was het zeker!
    Verder staat Don Det gelijk aan hangen in een hangmat, fietsen over hobbelige rocky paadjes en chillen in de restaurantjes en bars. Op het daarnaast gelegen eiland Don Khon is een prachtige waterval, de breedste die ik ooit gezien heb!

    Inmiddels hebben we die heerlijke eilanden in de Mekong achter ons gelaten en zijn we in Pakse, waar weinig te beleven is. Behalve dan dat we hier morgen de nachtbus naar Vientiane nemen. Daarna staan nog Vang Vieng en Luang Prabang op het menu voordat vriendin M. naar huis vliegt. En ik, ik blijf nog wel even in een hangmat hangen.

    See ya!

    ps. Volgende keer foto’s!
    ps2. Volgende keer ook kortere verhalen, ik ga mijn best doen het een beetje bij te houden vanaf nu :-).

    Wat? Tempels! Na een dag of 5 kan ik er heel wat van mijn lijstje afstrepen. Tempels met gouden boeddha’s, tempels met enorme liggende boeddha’s, tempels met groene dress-me-up boeddha’s en na vandaag ook hele oude imposante tempels. Welcome to Southeast Asia!

    Ik ben dus in Cambodja en wat een verademing is dat vergeleken met het hectische Bangkok! De mensen zijn hier relaxed en vriendelijk. Ok, ook hier draaien ze je met een grote glimlach een poot uit. Maar ja, dan had ik ook maar niet als blanke toerist geboren moeten worden. Dan nog is het leven hier goedkoper dan goedkoop.

    Eerst Bangkok dus. Omdat ik niet weet waar ik moet beginnen, even in het kort. Bangkok voor beginners:

  • Neem vooral een tuk-tuk en laat je afzetten bij een kledingwinkel en nog wat shops daarna. Want een maatpak of avondjurk is heel handig als je een paar maanden gaat backpacken. Doe je het niet, dan heb je kans dat je tuk-tuk driver als een klein kind gaat zitten janken omdat hij anders zijn gesponsorde ‘gas coupons’ misloopt.
  • Ga naar Khao San Road, daar waar alle backpackers rondlopen, de muziek hard staat en de verkopers je een pingpong show (nee, niet die met batjes en een tafel) willen inlokken. Beter zie je twee avonden lang het rustigere Rambutri Road aan voor Khao San en geniet je van leuke live muziek en een relaxtere sfeer.
  • Ga niet fietsen. Als je niet het risico wil lopen om nietsvermoedende etende mensen omver te rijden of nog erger, regelrecht het water in te fietsen (it wasn’t me!). Ben je niet bang? Wees een echte Hollander er spring op die fiets voor een onvergetelijke tocht door de smalle straatjes van Chinatown en de jungle van Bangkok!
  • Pingpongen dus. Wij hebben het niet gezien, maar de menukaartjes die je in Patpong worden aangeboden zeggen genoeg. Neem het woord ‘pussy’ en zet daarachter bijvoorbeeld ‘cut banana’, ‘magic flower’, ‘razorblades’. Need I say more?
  • Inmiddels ben ik dus in Siem Reap om de tempels van Angkor Wat te bezoeken. Erg indrukwekkend, erg mooi! Zaterdag vaar ik naar Phnom Penh!

    En nu ga ik als een gek achter deze PC vandaan want ik word opgegeten door de meedogenloze muggen hier!! AAAAAAHHHH!!!

    Toen ik twee jaar geleden in Australië van die wereldreizigers sprak, vond ik het maar niets. Want hoe kun je nu optimaal van landen genieten als je er zoveel achter elkaar doet? Inmiddels weet ik wel beter. Reizen geeft energie en is verslavend. Dan kom je op zo’n punt dat je meer, meer, meer wilt! Dat punt had ik bereikt.

    Nee, deze wereldreis is absoluut niet het resultaat van een dertigersdilemma (wat is dat?) of een vlucht uit moeilijke tijden (die liggen lichtjaren achter me). Nee, dit is een samenloop van omstandigheden, een mooie kans en gewoon keihard sparen om een droom waar te maken. Nu zit ik met klamme handjes achter mijn computer dit laatste blogje vanuit Nederland te typen. Morgen ben ik in Bangkok en gaat het grote avontuur echt van start. En dat deel ik graag met jullie…

    ~I now walk into the world~

    PS1. Dank voor alle lieve berichten op mijn blog, facebook en twitter! Ik zal naar jullie luisteren en dus genieten, oppassen, genieten en nog meer genieten.
    PS2. En nee, ik ga niet Into the Wild nadoen, ik ga gewoon in hotels en hostels slapen, dat is wel even genoeg avontuur voor nu. :-)

    Die J.R.R. Tolkien begreep het in 1937 al. Reizen is één groot avontuur. Alleen hoop ik op mijn pad geen Aardmannen, Wargs en boosaardige Boselfen tegen te komen. Behulpzame dwergen zijn daarentegen wel toegestaan (Aziaten?). En een tovenaar ook (kan altijd van pas komen). Nu ga ik zelf op zoek naar een schat, een schat aan ervaringen en belevenissen. In tegenstelling tot die Hobbit heb ik geen harige tenen, maar krijgen die van mij een kleurtje (Toes around the world) en weet ik wel waar mijn reis me brengen zal. Zie hier mijn rondje om de wereld.

    Voor degenen onder ons die topografisch niet zo goed aangelegd zijn:

    • Vrijdag 19 november vlieg ik naar Bangkok om daar tempels te bezichtigen, te fietsen en vooral heel lekker Thais te eten.
    • 24 november ga ik over land naar Cambodja om daar eerst nog meer tempels te bekijken (Angkor Wat) en een familiepak Conimex af te leveren bij host Ramon Stoppelenburg.
    • Ergens in december ben ik in Laos om onder andere over de boomtoppen te zweven met de Gibbon Experience
    • In januari reis ik van Noord naar Zuid Vietnam, deels achterop de motor van de Easy Riders.
    • Dan heb ik een korte periode te overbruggen en zie ik wel waar ik terecht kom (Maleisisch Borneo?).
    • Indonesië is de volgende bestemming, met Bali als enige zekerheid.
    • Om vanaf daar door te vliegen naar dat heerlijke land Down Under! Deze kaar reis ik via Sydney, Melbourne, Tasmania, Adelaide en Alice Spings naar Darwin.
    • Daarna is New Zealand aan de beurt! Van Christchurch naar Auckland.
    • Na 6 weken door New Zealand wandelen is het wel weer tijd voor een weekje zon, zee en zand. Op Fiji welteverstaan!
    • And last but definately not least..the US of A. Om daar 2 weken lang van LA naar San Francisco te cruisen.

    Zo’n 7 maanden na vandaag zet ik weer voet aan wal in Nederland. Als rijker mens, want het kan niet anders dat ik die schat ga vinden. Of op z’n minst een ring.

    Gedichtje uit de oude doos:

    Jonge honden
    zijn niet te temmen
    In een veld vol loopse teefjes
    niet af te remmen
    Jonge honden
    zijn niet trouw
    Pas als ze ouder worden
    zijn ze echt van jou

    (c) 03.04.2003


    Ps. ook oudere honden pissen nog wel eens tegen een vreemde boom.

    Een massage, dat is voor mij puur genieten. Heerlijk hoe die vingertoppen mijn spierweefsel tarten. Knokkels die over m’n rug rollen. Of ja, zelfs ellebogen die even lekker een spier pijnigen. Totdat ik spinnend als een katje op de massagetafel lig.
    Ik geef ze ook graag, massages, bij voorkeur in ruil voor een andere. Totdat een enthousiasteling mijn vel van m’n ruggengraat lostrok en ik van het plafond afgepeuterd moest worden. Sindsdien ben ik wat selectiever als het mijn tere ruggetje aangaat.

    Die ervaring haalt het bij lange niet bij mijn rare massage-ervaringen tot nu toe. De allereerste keer dat ik een ‘exotische’ massage kreeg was in Thailand, lang geleden. Ik en mijn 45 muggenbulten waren zojuist teruggekeerd van een paar nachten op een boot aan de River Kwai. Gelukkig, voor de Thaise dames dan, moest ik een zijden pakje aan voordat ze met hun poezelige handjes aan mijn bobbelige lijf begonnen. Ik schaamde me kapot voor al die muggenbulten. Van echt ontspannen was dan ook geen sprake.

    Net als die ene keer in Turkije, waar ik de full body oil massage van de menukaart nam. Wist ik veel dat die Turken dan eerst uitgebreid overleggen, over wie welke Westerse chick zou nemen. Al smiezend en af en toe veelbetekenende blikken werpend. Terwijl wij met grote ogen lijdzaam moesten toezien op deze veehandel. En ‘was-dit-nou-wel-zo’n-goed-idee?’ denkend. Tja, toen koos de grootste en harigste natuurlijk voor mij. Ik heb een uur lang iedere hand- en vingerbeweging nauwlettend in de gaten gehouden. Of er niet per ongeluk een vingertopje de verkeerde kant op zou glibberen.

    Nee, dan de dames in Marokko. Die pakken het lekker stevig aan. Al knedend aan je lijf alsof je een stuk deeg bent. De deegroller ontbrak er nog net niet aan. Toch was het heerlijk. Het moment daargelaten waarop me de adem werd benomen door een stel goedgevulde cups tijdens de buikmassage.

    De meest bizarre massage was toch wel die in dat Nepalese bergdorpje. Na een paar dagen hiken was het vooruitzicht om de spieren even flink los te gooien erg fijn. Via de plaatselijke tamtam werd de masseur opgetrommeld. Een klein, gebogen mannetje met gelooide en gerimpelde huid mocht de grote witte lijven van mijn vriendin en mij onder handen nemen. En hoe hij dat deed! Ja, hij had een stevige hand, dat zeker. Maar het geluid dat hij maakte was nogal…tja..ongemakkelijk. Zijn tong ontbrak! Al knedend en wrijvend maakte hij een onophoudelijk zwaar, hijgend geluid. Nu was dat nog niet het ergste, dat went wel. Maar het moment waarop hij met een handgebaar duidelijk maakte dat de onderbroek uit moest, moest ik toch even slikken. Nou ja, wat kan mij het schelen. Toch..eh.. bijzonder, zo’n liesmassage. Niet erg ontspannend ook, vanwege de continue angst voor uitglijdende vingers. Toen hij klaar was wees hij op de ring om mijn vinger. Of ik getrouwd was. Ik schudde mijn hoofd, nog steeds perplex over dit alles. Waarop ik direct een huwelijksaanzoek kreeg. Hij had wel een verleidelijk aanbod. Wonen in een pittoresk bergdorp met uitzicht op de Annapurna en iedere dag massages. Ik heb bedankt, dan maar geen dagelijkse massage.

    Vliegtuigen hebben me altijd enorm gefascineerd. Vraag me niet waar het vandaan komt. Misschien omdat ik als klein meisje weinig (zeg maar géén) vliegtuigen van binnen heb gezien. Dan ontstaat er een mythe. Naar een onbekende wereld in een zilveren vogel. Naar lachende stewardessen in mooie pakjes. Naar mensen die vreemde talen spreken en er een andere cultuur op na houden.

    Inmiddels weet ik beter. Zilveren vogel is een cliché naam voor ‘kist’, zoals een vliegtuig in het luchtvaartwereldje genoemd wordt. Begrijp me niet verkeerd, de liefde voor die kisten is er nog altijd. Zo stond ik twee jaar geleden nog te stuiteren van geluk toen ik voor het eerst van mijn leven in een jumbojet a.k.a. Boeing 747 stapte. Ja, je hebt hier met een heuse nerd van doen die de wingtips van een Boeing kan onderscheiden van die van een Airbus. Logisch dan ook dat ik als stewardess ben gaan werken. Dat ging niet zonder slag of stoot. De selectieprocedures zijn ronduit denigrerend. Vooral die bij KLM staat in mijn geheugen gegrift. Een neger, strak in pak, met gladgestreken gezicht en bloeddoorlopen ogen vroeg me waarom ik zo graag wilde vliegen. Dus in mijn enthousiasme begin ik te ratelen over ‘dat ik vier grote 747’s langs de A4 zag staan’ en hoe ‘onwijs gaaf ik dat vond’. Een grotere fout had ik niet kunnen maken. Bij de KLM werk je namelijk met ‘mensen’ en wil je niets anders dan die ‘mensen verzorgen’. Jankend stond ik op de parkeerplaats, 23 jaar en een droom in duigen.

    Toen was daar Dutchbird. Die wilden mij wel hebben. Een jaar lang heb ik me in het donkerblauwe Paul Schulten uniform gehesen (Ha, eat your heart out lelijke KLM hobbezakken!), kilometers panty over m’n benen getrokken en een pond rode lippenstift verorberd. Het was een mooie tijd. Alleen de romantiek van het vliegen is daar volledig verdwenen. Irritante, stinkende passagiers bedienen (trek zo’n kist maar eens open na een intercontinentale vlucht), onregelmatige tijden, slecht eten, oppervlakkige collega’s, veel alcohol. De knopen van mijn uniform gingen steeds strakker staan, een mooi moment om te stoppen. In het kader van vliegtuig-nerding heb ik onvergetelijke momenten beleefd. Zoals wanneer je met een lege kist de lucht in gaat, dat gevoel is zo fantastisch, daar kan geen achtbaan tegenop. De horizon zien vanuit de cockpit bij het landen. Verstoppertje spelen in een vliegtuig is ook een aanrader. Zo weet ik nu dat ik niet in een trolley pas en wel in een bagagebak. En de stops, het waren er niet veel, maar ze waren legendarisch. Uiteraard gingen die gepaard met de nodige alcohol. En ja, alles wat ze zeggen over stewardessen en piloten is waar.

    Nu heb ik weer zin om te vliegen. Puur recreatief dan hè? Op 19 november staat er een Boeing 747 van Quantas klaar op LHR om me naar BKK te brengen (airlinelingo, zoek die maar op!). Om vervolgens een half jaar later terug te keren op SPL. Ja, ik heb er zin in, in die wereldreis. Maar niet in het afscheid van familie en vrienden dat daar onvermijdelijk aan vooraf gaat. Daarom voor hen, een alvast liedje dat op de soundtrack van mijn reis komt te staan.

    Saillant detail. Als dit nummer live voor je gespeeld wordt, op de rand van een bed, door een leuke man met alleen een gitaar. Dan kun je het onmogelijk droog houden.