Posts Tagged ‘Laos’

Of ik al een beetje gewend ben? Wat nou het mooiste land was? Logische vragen, maar onmogelijk te beantwoorden als je net terug bent van een reis rondom de wereld. Met ontelbaar veel indrukken, avonturen en ervaringen.

Ceremony LaosHoe kan ik uitleggen hoe het voelt om door de jungle te zweven en op 100 meter hoogte te slapen in een boomhut? Onder miljoenen sterren (en een stuk of wat mega spinnen). Hoe het is om in de hectiek van een ceremonie in een veel te krappe hut glazen Beerlao en Lao Lao whiskey onder je neus geduwd te krijgen van iemand die er zelf duidelijk al teveel op had. En dat terwijl de vrouwen witte touwtjes om je polsen knopen, om de goede geesten aan je te binden. Of hoe het is om bovenop een olifant te zitten die je natsproeit met water uit de Mekong? En dit zijn nog maar een paar Laos-ervaringen. Cambodja mag ik ook niet vergeten te noemen. De zon zien opkomen boven een eeuwenoude tempel als Angkor Wat gaat je niet in de koude kleren zitten. Net als de hartverwarmende glimlach van de Cambodjanen.

Diving Phu QuocVan Vietnam herinner ik me vooral een grote glibberpartij in de bergen van Sapa en de legendarische kater na een avond rijstwijn drinken tijdens de homestay aldaar. Maar ook het nachtzwemmen na een avondje stappen op Phu Quoc. Aan dat eiland heb ik ook een blijvende herinnering in de vorm van een litteken op mijn been. Ik noem hem ‘Jaume’ naar de Spaanse bestuurder van de scooter, die ons al na twee meter rijden tegen de vlakte wist te werken. Ook mijn duikbrevet, dat ik daar gehaald heb, nemen ze me niet meer af.  Samen met het fantastische gevoel van het gewichtloos in de baarmoeder van de aarde zweven en het ontdekken van een compleet nieuwe wereld.

Ekas LombokIndonesië heeft echt mijn hart gestolen. Op alle fronten.  De mensen, de landschappen, het eten, het klimaat. De vrolijke kinderen in Bantar Gebang (Jakarta, Java), die opgroeien op een vuilnisbelt. Mijn vriendin Resa die ze met haar project daar zicht op een toekomst geeft. En dan Lombok, daar liggen zoveel bijzondere momenten dat ik ze onmogelijk allemaal kan opnoemen. Maar dat wat ik voelde toen ik op een compleet verlaten picture perfect strand in het zuiden van Lombok stond, dat wereldse gevoel, zal ik nooit vergeten. Geen toerist in de wijde omtrek te bekennen, slechts puur en onontdekt land en strand. Magisch.

Tongariro CrossingDan nog al die watervallen die van Uluru afkletterden. En weet je nog, die honderden dolfijnen waar ik tussen lag in dat ijskoude water van de South Pacific in New Zealand? Hoe bijzonder was dat!? Of de 18 kilometer lange Tongariro Crossing, met de beroemde Mount Doom, in kniediepe sneeuw! Aotearoa, wat een land. En ja, dan Fiji. Een paradijs op aarde voor velen, voor mij helaas alleen een bestemming met een exotische naam. De spons was op dat moment vol. Dat maakte eindstation USA er niet minder leuk op, integendeel. Steden als New Orleans, waar zelfs de straatstenen dansen, en San Francisco smaken naar meer! Een fascinerend land waar ik toch snel weer terug hoop te komen.

Zes maanden. Negen landen. Duizenden indrukken. Honderden ontmoetingen. Nee, je begrijpt dat ik dan geen antwoord heb op de vraag wat nu het mooiste was. En wennen? Dat doet het hopelijk nooit!

Nog even wat cijfertjes:

  • 189 dagen
  • 129,5 uur aan busritten
  • 44 uur in de trein
  • 68,5 uur vliegen
  • 46 uur op een boot
  • 65 uur in de auto
  • 12 uur op een motobike
  • 4 paar versleten slippers
  • 21 kilo bagage in een backpack
  • 12 massages (vanwege die backpack dus)
  • 1 avondje ziek
  • 20 tempels (ongeveer, tel kwijt geraakt)
  • 5 katers (netjes toch?)
  • 11 duiken
  • 1 keer autopech
  • 0 nare ervaringen
  • 1 groot avontuur

Onder mij, op een duizelingwekkende afstand van 150 meter, is niets dan groen. Ik ben in de jungle die Bokeo national park heet en hang aan een kabel in een harnas. Met niets anders dan een stuk fietsband als rem, om te voorkomen dat ik tegen de boom aan het einde van de kabel knal. Zo zipline ik als een aapje door de jungle. Een Gibbon welteverstaan, want dit is hun leefgebied. Ik heb ze gezien en gehoord, de zwarte aapjes met lange armen, slingerend van tak naar tak. Helaas is het voor hun doen wat koud in deze tijd van het jaar en blijven ze liever in hun boom zitten. Dus moet er een verrekijker aan te pas komen om ze te zien.
Samen met vijf anderen (vier Amerikanen en een Ier) en huiskat Boeboe deel ik een luxe boomhut. Van bijna alle gemakken voorzien. De bovenverdieping is de meidenkamer, daar slapen Jean en ik. Zonder muskietennet, voor dat beetje extra junglefeeling. Gelukkig ben ik niet ook een beetje extra gestoken door het muggenvolk. ’s Avonds spelen we drinking games met zelfgefabriceerde Gibbon Juice (laffe thee met Ovaltine, een flinke scheut whisky en condensed milk) of de meer ladylike cocktail Sex on the Gibbon (versgeperste mandarijnensap met whisky en groene chemische limonade). Overdag pijnigen we onze benen met hiken van en naar de ziplines. Want ja, dat ziplinen is dan wel heel erg leuk, er komt ook een serieuze hoeveelheid wandelen bij kijken. En de jungle is niet zo plat als Holland kan ik je vertellen. Drie dagen vliegen letterlijk voorbij en voor ik het weet sta ik weer met beide benen op de grond. Met in mijn camera de foto’s en filmpjes en in mijn nek een pijnlijke brandplek als souvenir. Oftewel, een Gibbon-zuigzoen zoals mijn mede-Gibbonees het noemen. Tja, het was of mezelf branden aan de kabel of tegen een boom aanknallen, dan is de keuze vrij snel gemaakt.

Vandaag heb ik Laos verlaten. En dat doet een beetje pijn, want na 26 dagen hier heb ik het land en het volk wel een plekje in mijn hart gegeven. In het bijzonder het dorpje Muang Ngoi. Alleen bereikbaar per boot en nog redelijk ongeschonden door het toerisme. Hier heb ik het echte Laos-leven ontdekt door tijdens een trekking in een ceremonie te belanden in een authentiek dorp. Door te gaan vissen en ’s avonds de verse vangst opeten. Door drinking games te spelen met de locals via een vissenkop tussen twee borden. Alles uiteraard doordrenkt met Lao Lao Whisky, gebrouwen van sticky rice. Ja, zelfs dat vergif ga ik missen aan Laos (dat ik hier niet ziek ben geweest is vermoedelijk te wijten aan die bacteriënkiller). Was ik al lyrisch over Cambodja, Laos is echt een must-go!

Nu ben ik in Hanoi, Vietnam. Hier wacht mij een nieuw jaar en oude bekenden! Vanaf deze kant van de aardbol wens ik jullie allemaal een machtig mooi 2011 boordevol avonturen, geluk, liefde en gezondheid.

Kus, Debby

ps. Kijk en geniet mee van het uitzicht op onderstaande video! Ook de foto’s zijn geupdate, check it out!

In mijn ooghoek zie ik ze al aankomen. Ik pak de rieten mandjes met sticky rice en ren naar de overkant om me te installeren op de matten. “Vlug Marieke, ze komen eraan!” roep ik naar mijn vriendin die nog staat af te rekenen. Ze kijkt op en maakt een sprintje in mijn richting. Ze zit net of we worden ingesloten door bruine voeten onder oranje gewaden. Het is nu volledig stil om ons heen. Langzaam schuiven de monniken voorbij en doen een voor een hun schaal open om een plukje rijst van ons te ontvangen. De rij lijkt eindeloos en mijn vingers beginnen te branden door de hete rijst. Ik gniffel en blaas op mijn vingers. “Stil Deb!” fluistert Marieke me toe. Ik durf de monniken niet aan te kijken, maar ik vraag me af of ze me vanachter hun serieuze gezicht aan het uitlachen zijn. Die domme westerling die haar vingers brandt aan hun ontbijt. Ik vraag me af of iedere monnik zijn eigen schaal leeg eet of dat er een koksmonnik is die van het geheel nog iets smakelijks gaat maken. In die schaal moet een mix van verschillende soorten rijst zitten en verder nog banaantjes en ander etenswaar. Achter de rij monniken barst het camerageweld los. Tussen de oranje doeken zie ik hoe toeristen heen en weer rennen met hun camera’s om een goede shot te maken van dit fascinerende fenomeen. Het geven van offers, iedere morgen om 6 uur, is een traditie hier. De lokale autoriteiten proberen de toeristen via posters duidelijk te maken dat kijken geen probleem is, maar dat je beter niet mee kunt doen en de monniken niet moet storen met camera’s in hun dagelijkse gang door de straten. Begrijpelijk, het zou zonde zijn om er een toeristisch schouwspel van te maken, dat is niet de bedoeling. Toch heb ik meegedaan. Er zaten zo weinig mensen en om die arme jongens nu honger te laten lijden..

Verder in Laos…

  • De olifanten hebben een goede wasbeurt van ons gehad in de Mekong tijdens de mahout training. Ik weet nu hoe ik een Laotiaanse olifant moet aansturen. Pai pai pai!! (vooruit). Bong bong bong!! (spuit water)
  • In hetzelfde trainingskamp heb ik ook gevoeld hoe koud het kan zijn hier. Gelukkig is er dan Lao Lao Whisky, gemaakt van sticky rice. De locals drinken het zelf omdat het zo goedkoop is. Het bestaat uit 50% alcohol en daar krijg je het in ieder geval lekker warm van!
  • De aanblik van de beschilderde, laveloze toeristen in Vang Vieng deed me bijna in huilen uitbarsten. Het is algemeen bekend dat ik wel van een feestje en een drankje houdt, maar dit was niet mijn kopje thee. Al kwamen we een heel end met onze beertowers…
  • In Vientiane hebben we onze innerlijke rust hervonden tijdens een meditatie met de monniken. Niet iets wat ik regelmatig doe en daarom een bijzondere ervaring. Monniken zijn net mensen, ze checken hun telefoon tussen de meditaties door en luisteren hun favo muziek op hun MP3-speler.
  • Nog zuidelijker ligt het Bolaven plateau, waar we zelf op de moto heengereden zijn. Een semi-automatic dus de dame van de verhuur vond het nogal spannend om de moto aan ons mee te geven. Behalve een houten kont van 2 uur op een scooter zitten hebben we het er heelhuids vanaf gebracht.
  • Tja en Don Det, daar hebben jullie de laatste keer alles over kunnen lezen: hangmatten, happy chocolate en heerlijk relaxen.
  • Vanmiddag heb ik Marieke op de luchthaven afgezet (snik) en nu ben ik dus echt alleen. Komende dagen ga ik een beetje de omgeving van Luang Prabang verkennen en langzaamaan met de slowboat richting Huay Xai, vanwaar uit ik de Gibbon Experience ga doen. Hoog boven de boomtoppen zweven aan ziplines en slapen in boomhutten samen met spinnen ter grootte van een hand. Daarna terug naar Luang Prabang om een vliegtuig naar Hanoi te pakken voor oud & nieuw in Vietnam.

    Tot slot nog linkjes naar de foto’s!
    Cambodja heb ik aangevuld: http://picasaweb.google.com/110613703973537699099/Cambodja?feat=directlink
    Laos: http://picasaweb.google.com/110613703973537699099/Laos?feat=directlink

    Er was iets dat ik moest doen. Maar wat was het ook alweer? Ojaaaaa….jullie op de hoogte houden van al mijn belevenissen hier in Azië!!! Ik heb werkelijk waar geen idee wat er met me aan de hand is. Ondanks alles wat ik meemaak komen de woorden om het in te verpakken niet in me op. Inmiddels staan er een aantal blogs klaar in mijn eigen mooie paarse laptopje, maar die zijn afgekeurd door de keuringscommissie. Mezelf. Is het een travelwritersblock? Podiumangst omdat er zoveel mensen meelezen? Of gewoon tijdsdruk, want het reizen gaat in een redelijk hoog tempo hier. Alleen het reizen dan, want verder hebben ze hier in Laos de hangmat uitgevonden.

    Ik zou niet durven om Cambodja in dit verhaal over te slaan. Dat land verdient eigenlijk een boekwerk, maar ik wil het jullie niet aandoen om dat nu te typen. Daarom hieronder de highlights van twee weken Cambodja:

  • Siem Reap: hometown van de meest fascinerende oude tempels ever! Angkor Wat is nog maar één tempel. Als je echt tempelfreak bent kun je hier met gemak een week ronddwalen. Hoogtepuntje was toch wel de zonsopgang bij Angkor Wat. Het heeft iets magisch om in het donker bij een eeuwenoude tempel aan te komen en de zon boven de vijf torens te zien verschijnen.
  • Phnom Penh: de plek om de donkere geschiedenis van Cambodja te leren kennen bij de voormalige gevangenis S-21 en de Killing Fields. Een must, hoe gruwelijk ook. Het blijft ongelooflijk hoe de Khmer Rouge een kwart van de totale bevolking heeft weten uit te moorden met o.a. marteling, executies en de hongerdood. (leestip: First they killed my father van Loung Ung).
  • Kep: bloedende vingers, maar wel vers gevangen krabbetjes gegeten in deze kustplaats!
  • Rabbit Island: tegenover Kep ligt een mini-bounty island met bamboo hutjes. Waar de naam vandaan komt is ons een raadsel, er waren geen konijnen te bekennen. Volgens onze ‘engelssprekende’ gids heeft Pol Pot ze allemaal opgegeten toen hij zich daar verschuilde. Logisch. Denk bij dit eiland ook aan een groep Spanjaarden op het strand, met een gitaar en jonglerend met vuur. Daar moest een biertje bij! Want ja, dat drink ik sinds kort!
  • De mensen: wat me nog wel het meest opgevallen is aan Cambodja is de vriendelijkheid van de mensen. Je wordt overal met een grote glimlach ontvangen. Cambodja wordt niet voor niets het land van de glimlach genoemd. En wanneer je denkt dat je je spullen (niks bijzonders, maar toch) nooit meer terugziet omdat je ze in de tuktuk hebt laten liggen, verschijnt de tuktukdriver op het allerlaatste moment met je tasje. Ondanks dat de mensen arm zijn, zijn ze oprecht en eerlijk (en als dat niet zo is heb ik het niet gemerkt).
  • Ik zeg: CambodJA!!

    Dan zijn we Cambodja nog niet helemaal uit, want de laatste dagen hebben we doorgebracht in Kratie. Vlakbij de grens van Laos. In de bus hier naar toe hebben we Mike en Bryden leren kennen, vader en zoon uit Melbourne. De afgelopen 4 dagen zijn we een beetje met hen opgetrokken; fietsen, kaarten, poolen, eten, drinken. En vooral: mijn verjaardag vieren! Die begon op het balkon van ons guesthouse in Kratie met Bourbon/cola en een joint en eindigde op het eiland Don Det in Laos. Zo stoned als een garnaal! Ok, je kunt verwachten dat als je tegen de bedreadlockte ober van de reggae bar zegt dat je jarig bent, en deze je gratis ‘happy chocolate’ aanbiedt, dat hier dan iets in zit. Ach, een klein schaaltje met een soort chocoladedeegtoffee-achtig spul delen met zijn vieren, wat kan dat nou kwaad? Niks, behalve dan dat we een hilarische tijd hebben gehad en er een uur over hebben gedaan om de weg naar onze bungalow te vinden (die 5 minuten verderop lag). En probeer dan nog maar eens je lenzen uit te doen! Die avond was er een black moon party in de bewuste reggae bar en dat hebben we gemerkt. Zodra de lichten uitgingen hadden we uitzicht op een prachtige sterrenhemel. Het kan natuurlijk zijn dat we meer sterren hebben gezien dan er daadwerkelijk waren, maar indrukwekkend was het zeker!
    Verder staat Don Det gelijk aan hangen in een hangmat, fietsen over hobbelige rocky paadjes en chillen in de restaurantjes en bars. Op het daarnaast gelegen eiland Don Khon is een prachtige waterval, de breedste die ik ooit gezien heb!

    Inmiddels hebben we die heerlijke eilanden in de Mekong achter ons gelaten en zijn we in Pakse, waar weinig te beleven is. Behalve dan dat we hier morgen de nachtbus naar Vientiane nemen. Daarna staan nog Vang Vieng en Luang Prabang op het menu voordat vriendin M. naar huis vliegt. En ik, ik blijf nog wel even in een hangmat hangen.

    See ya!

    ps. Volgende keer foto’s!
    ps2. Volgende keer ook kortere verhalen, ik ga mijn best doen het een beetje bij te houden vanaf nu :-).