Posts Tagged ‘Lombok’

Er was eens een prinses. Ze was zo mooi dat maar liefst vier prinsen met haar wilden trouwen (luxepositie). De prinses, Mandalika, kon maar niet kiezen. Kiest ze voor de ene prins, moet ze drie anderen teleurstellen (that’s life zou ik zeggen). Met die druk kon ze niet leven. Op een dag trok ze haar mooiste kleren aan en riep iedereen bij elkaar, haar vrienden, familie en de prinsen. Vanaf een rots bij de zee sprak ze hen toe. Ze had haar besluit genomen, het was tijd om te gaan. Maar ieder jaar op de 19e dag van de 10e maand van de Sasak (Lombok) kalender zou ze terugkeren. Voor iedereen. In de vorm van Nyale. Toen stortte ze zich van de rots de zee in.

Het is nog donker als Samsul, de eigenaar van de homestay, op de deur klopt. 5 uur in de ochtend. Ik schiet snel wat kleren aan en spring op de motobike. Als we aankomen is het strand afgeladen met mensen. Bau Nyale (oftwel: wormen vangen). Het jaarlijkse festival waarbij heel Lombok afreist naar het zuiden van het eiland om de Nyale wormen te vangen. Ze komen in de kleuren groen, bruin, rood en zwart. Twee dagen lang staan de Sasak (zoals de lokale bevolking van Lombok genoemd wordt) vroeg op om zoveel mogelijk van deze delicatesse te scoren. Je eet ze rauw of gekookt in bananenblad. Ik laat die gelegenheid aan me voorbij gaan, maar ik pulk -met de slaap nog in mijn ogen- de wormen uit de poeltjes water die de zee achtergelaten heeft op de rotsen. Heel voorzichtig, want de dunne slierten breken gemakkelijk. Zodra de zon op is, is het afgelopen. Voor de Sasak gaat het feest nog even door. Want niet alleen draait Bau Nyale om de wormpjes, het is ook een verkapte huwelijksmarkt. Vele jongens en meisjes vinden hier hun partner. In tegenstelling tot prinses Mandalika.

Voorafgaand aan Bau Nyale is Kuta Lombok drie dagen lang in de ban van stickfighting. Jonge stoere mannen wagen een kansje en bevechten elkaar met stokken. Het is niet zo dat ze er als wilden op los slaan, er gelden regels. De jongens melden zich aan of worden uit het publiek gekozen met behulp van twee officials. Als er een match is krijgen de jongens een hoofddoek en aan doek voor om hun middel, bij wijze van traditionele outfit (met daaronder een spijkerbroek of surfshort, ze gaan hier ook met de tijd mee). Slaan onder de gordel is niet toegestaan, net als vastklampen. En wie te dicht bij het publiek komt kan een fluitje van de scheids verwachten. Het gaat er hard aan toe, maar voor de jongens is het ook gewoon een spel. Ze lachen, dagen elkaar uit met gekke dansjes, pas als de stokken neerdalen op hun schermen of lichamen worden ze weer serieus. In het publiek is het dringen geblazen. Ieder leeg plekje wordt bezet. Als ik wil opstaan zie ik een muur van mensen achter me. Toch nog maar even blijven zitten, anders zien die kleine Indo’s niks. Na de laatste match is iedereen ineens weg en is het net alsof er nooit iets is gebeurd, daar op het strand van Kuta.

>> Bekijk hieronder het filmpje van het stickfighten!
>> Check ook mijn Indonesia album voor de laatste foto’s.

Inmiddels zit mijn tijd in Azië erop. Woensdag vlieg ik naar Sydney en gaat het avontuur verder Down Under. Ik kan iedereen met reisplannen richting Azië twee dingen aanraden: plan niets en boek alleen een ticket naar Bangkok. Want Azië heeft zoveel te bieden, dat je er met gemak maanden kunt rondzwerven.

“Hello mister!!! Hello mister!!!” hoor ik terwijl ik op m’n scooter vele dorpjes voorbij zoef.  Het zijn zo’n beetje de enige woorden Engels die ze kennen, hier in het zuiden van Lombok. Ik ben onderweg van laidback surfersparadise Kuta (nee, dus niet die ene op Bali) richting Ekas. Gewoon, omdat het op de kaart staat. Daar is ook alles mee gezegd. Waar ik een soort van mini-badplaats had verwacht is niet meer dan een dorpje met voornamelijk rieten huizen en niemand die een woord Engels spreekt. M’n Bahasa Indonesia is nog niet om over naar huis te schrijven, dus met een beetje hulp van de taal-sectie in de Lonely Planet weet ik duidelijk te maken dat ik op zoek ben naar een guesthouse, homestay, whatever. Als ik maar ergens kan crashen. Niet veel later sta ik voor de deur van de enige homestay, wel twee kamers groot, in het dorp. Rumaji, de eigenaar, is net terug van een trip naar Sulawesi samen met twee Franse vrienden. I’m damn lucky dus! En uniek, zo hoor ik later. Er is nog nooit een toerist zomaar op komen dagen en al helemaal geen alleenreizende dame. Als er al toeristen komen, komen ze via Loïc, een van de Franse heren, die hier een stukje land bezit. Daarom amper een toerist te noemen en dus zijn er op dat moment welgeteld twee in Ekas.

Stiekem ben ik wel een beetje trots op mijn hardcore travelervaring. Gewoon een plekje op de kaart aanwijzen en er naartoe rijden. Dat loont. ’s Avonds bekijken we de zonsondergang in Ekas bay vanaf Loïcs land, bovenop een heuvel. De volgende dag rijden we via hobbelige, halfgare wegen door het groen, groenere, groenste landschap richting adembenemende stranden. Bijna surrealistisch, zo mooi. Ik kan ze nu heel cliché gaan beschrijven, zoals iedere reisbrochure doet. Ik laat de foto’s liever voor zich spreken. Aan de overkant van die prachtige stranden ligt….heel lang niets en dan Antartica. Man, man, man wat een werelds gevoel geeft dat als je dan bovenop een rots uitkijkt over blauwe wateren, richting het einde van de wereld.

In Ekas is geen restaurant, dus we eten onze lunch en diner bij Rumaji thuis. Onder het toeziend oog van de dorpelingen, die nieuwsgierig naar ons staren vanaf een houten plateau op palen.

Het is bijna onbegrijpelijk dat dit stukje Lombok nog amper door toeristen is ontdekt. Lang zal dat niet meer duren. Er is een internationale luchthaven in de maak. Zodra ze de gezonken landingsbaan weer hebben opgehoogd en de bagagebanden hebben afgestoft zal het toerisme hier een enorme boost krijgen. Ok, in Indonesisch tempo kan dat nog wel even duren dus. Dat geeft jou mooi de tijd om onontdekt Lombok te ontdekken. Nu het nog kan.

>> Bekijk alle foto’s in mijn Indonesia album!

Ondertussen…

  • Ben ik naar het frissere noorden geweest, voor een tripje naar de watervallen bij de Rinjani vulkaan. Aan de noordkust zijn de stranden zwart in plaats van wit, maar de heuvels zijn net zo groen!
  • Moet ik de Indonesische mannen van me af slaan, want ze zijn maar al te dol op ‘white skin and long nose’. Hoewel mijn skin niet meer white te noemen is inmiddels. Helaas helpt een bruin huidje in mijn geval ook niet, blonde haren werken als een magneet.
  • Ga ik morgen terug naar Kuta (Lombok) voor het jaarlijkse Nyale festival. Komende dagen zijn de mannen druk met stickfighting en woensdag vroeg in de ochtend gaan alle locals het strand op om de nyale wormpjes te verzamelen…en te eten. Brrrr.