Posts Tagged ‘Worldtrip’

Of ik al een beetje gewend ben? Wat nou het mooiste land was? Logische vragen, maar onmogelijk te beantwoorden als je net terug bent van een reis rondom de wereld. Met ontelbaar veel indrukken, avonturen en ervaringen.

Ceremony LaosHoe kan ik uitleggen hoe het voelt om door de jungle te zweven en op 100 meter hoogte te slapen in een boomhut? Onder miljoenen sterren (en een stuk of wat mega spinnen). Hoe het is om in de hectiek van een ceremonie in een veel te krappe hut glazen Beerlao en Lao Lao whiskey onder je neus geduwd te krijgen van iemand die er zelf duidelijk al teveel op had. En dat terwijl de vrouwen witte touwtjes om je polsen knopen, om de goede geesten aan je te binden. Of hoe het is om bovenop een olifant te zitten die je natsproeit met water uit de Mekong? En dit zijn nog maar een paar Laos-ervaringen. Cambodja mag ik ook niet vergeten te noemen. De zon zien opkomen boven een eeuwenoude tempel als Angkor Wat gaat je niet in de koude kleren zitten. Net als de hartverwarmende glimlach van de Cambodjanen.

Diving Phu QuocVan Vietnam herinner ik me vooral een grote glibberpartij in de bergen van Sapa en de legendarische kater na een avond rijstwijn drinken tijdens de homestay aldaar. Maar ook het nachtzwemmen na een avondje stappen op Phu Quoc. Aan dat eiland heb ik ook een blijvende herinnering in de vorm van een litteken op mijn been. Ik noem hem ‘Jaume’ naar de Spaanse bestuurder van de scooter, die ons al na twee meter rijden tegen de vlakte wist te werken. Ook mijn duikbrevet, dat ik daar gehaald heb, nemen ze me niet meer af.  Samen met het fantastische gevoel van het gewichtloos in de baarmoeder van de aarde zweven en het ontdekken van een compleet nieuwe wereld.

Ekas LombokIndonesië heeft echt mijn hart gestolen. Op alle fronten.  De mensen, de landschappen, het eten, het klimaat. De vrolijke kinderen in Bantar Gebang (Jakarta, Java), die opgroeien op een vuilnisbelt. Mijn vriendin Resa die ze met haar project daar zicht op een toekomst geeft. En dan Lombok, daar liggen zoveel bijzondere momenten dat ik ze onmogelijk allemaal kan opnoemen. Maar dat wat ik voelde toen ik op een compleet verlaten picture perfect strand in het zuiden van Lombok stond, dat wereldse gevoel, zal ik nooit vergeten. Geen toerist in de wijde omtrek te bekennen, slechts puur en onontdekt land en strand. Magisch.

Tongariro CrossingDan nog al die watervallen die van Uluru afkletterden. En weet je nog, die honderden dolfijnen waar ik tussen lag in dat ijskoude water van de South Pacific in New Zealand? Hoe bijzonder was dat!? Of de 18 kilometer lange Tongariro Crossing, met de beroemde Mount Doom, in kniediepe sneeuw! Aotearoa, wat een land. En ja, dan Fiji. Een paradijs op aarde voor velen, voor mij helaas alleen een bestemming met een exotische naam. De spons was op dat moment vol. Dat maakte eindstation USA er niet minder leuk op, integendeel. Steden als New Orleans, waar zelfs de straatstenen dansen, en San Francisco smaken naar meer! Een fascinerend land waar ik toch snel weer terug hoop te komen.

Zes maanden. Negen landen. Duizenden indrukken. Honderden ontmoetingen. Nee, je begrijpt dat ik dan geen antwoord heb op de vraag wat nu het mooiste was. En wennen? Dat doet het hopelijk nooit!

Nog even wat cijfertjes:

  • 189 dagen
  • 129,5 uur aan busritten
  • 44 uur in de trein
  • 68,5 uur vliegen
  • 46 uur op een boot
  • 65 uur in de auto
  • 12 uur op een motobike
  • 4 paar versleten slippers
  • 21 kilo bagage in een backpack
  • 12 massages (vanwege die backpack dus)
  • 1 avondje ziek
  • 20 tempels (ongeveer, tel kwijt geraakt)
  • 5 katers (netjes toch?)
  • 11 duiken
  • 1 keer autopech
  • 0 nare ervaringen
  • 1 groot avontuur

Fiji klinkt zoals het is. Witte zandstranden en kristalhelder blauw zeewater, bruinbradende zon en tropische regenbuien. Vriendelijke inwoners met een brede glimlach en een bloem achter het oor. Op Fiji doe je niet al te veel, behalve met een boek op een strandbed liggen en bij wijze van verkoeling een beetje in de zee spelen. De klok staat hier op Fiji-time en tikt de dag lanzaam, heel langzaam, weg.

Je vervelen doe je hier niet. Voor wie genoeg tijd horizontaal heeft doorgebracht, zijn er voldoende activiteiten in verticale of andere posities. Zoals beachvolleybollen met de resort staff. Of in mijn geval ‘de bal ontwijken’. Een kavaceremonie met de locals. Kava is een soort modderwater, gemaakt van de wortels van de Kavaplant, met een licht verdovende werking op je mond. Gelukkig is het spul niet te zuipen, waardoor je na één schaaltje wel genoeg hebt. Internationale krabraces, waarbij je je eigen krab koopt en prijzen kunt winnen. Een inventieve manier om geld in te zamelen voor de scholing van de kinderen op het eiland. En natuurlijk de traditionele dansen, de Meke. Nu heb ik geen problemen met het kijken naar mannen in rieten rokjes, dus heb ik drie Meke gezien én meegedaan. Want aan meedansen ontkom je niet.

Ja, Fiji is een waar bountyparadijs. Maar wel eentje die je doet beseffen dat bounty net even wat paradijselijker is als je er samen met iemand van kunt genieten.

Voor een beeld bij de mannen in rieten rokjes, check de video hieronder.
Voor een beeld bij de Yasawa eilanden in Fiji, check de foto’s.

Fiji

Ps. Inmiddels ben ik in de USA en is het einde van mijn wereldreis in zicht. 26 mei sta ik weer op Hollandse bodem!

Awesome, dat moet Abel Tasman gezegd hebben toen hij voor het eerst voet aan land zette in New Zealand. Of Aotearoa (The land of the Long White Cloud) zoals de Maori het noemen. Jammer dat hij destijds het land weer verlaten heeft om het aan James Cook en de Britten over te laten…

Lake WanakaHet begon allemaal in Auckland, bij vrienden met een heerlijk huis en een jacuzzi in de tuin. Na drie dagen genoten te hebben van de luxe van een kamer alleen zonder snurkende, stinkende backpackers om me heen (ik kwam net uit Australië, vandaar) ben ik in het vliegtuig gestapt naar Wellington om me bij een groepje reizigers aan te sluiten. Met twee auto’s, genaamd Fritz Diddy en Lucinda, hebben we de oversteek gemaakt naar het Zuidereiland voor een roadtrip aldaar. En het was absoluut awesome. Bepoedersuikerde bergtoppen, groene valleien, babyblauwe meren, tropisch regenwoud, strand, zee en nog veel meer. Het is er allemaal. En er zijn een triljoen dingen te doen. Bij ieder stukje natuur is wel een activiteit te bedenken. Je kunt hier gerust maanden doorbrengen om het land te verkennen. En die heb ik niet, dus ik cross in sneltreinvaart door het land. Zo sta je dus de ene dag op een gletsjer en loop je de andere in een subtropisch regenwoud. Om weer een volgende dag in een kayak over turkooizen water te peddelen. Dat kan hier. De afstanden zijn goed bereisbaar en de natuur idioot divers. Achter iedere bocht ligt weer een ander picture perfect landschap. Awesome!

Een hoogtepunt was toch wel het zwemmen met dolfijnen in Kaikoura. Voor dag en dauw stond ik dik ingepakt in een wetsuit op een boot in de South Pacific Ocean. Klaar voor een duik in ijskoud water tussen honderden dolfijnen. Een stuk of vijfhonderd zelfs volgens de guide op de boot. Die zelf overigens al iets te lang met dolfijnen omgaat, te merken aan de dolfijnengeluiden die ze zelf uitkraaide, maar dat terzijde. Ook ik moest er aan geloven om me als een dolfijn te gedragen. Naar het schijnt trek je hun aandacht door gekke geluiden door je snorkel te maken en te zwemmen als een dolfijn. Zo gezegd, zo gedaan. En ze kwamen! Met velen tegelijk zwommen ze om me heen en onder me door.  Als ik m’n hand uitstak had ik ze zo kunnen aanraken (niet gedaan uiteraard). Zo heb ik ruim een half uur in het water doorgebracht, kirrend door m’n snorkel en cirkeltjes draaiend. Om daarna bijna te stikken van al het zeewater in m’n snorkel. Ik wil niet weten hoe dit spektakel er vanaf de boot uit moet zien. Laat staan wat die dolfijnen wel niet van ons denken. Ach, maar ik heb wel mooi een AWESOME begin van mijn trip door New Zealand gehad!

Ps. Awesome is een woord dat de Kiwi’s veel gebruiken. Net als sweet as.

Ondertussen:

  • kun je hieronder het filmpje bekijken van de dolfijnen die met de boot meezwemmen.
  • zijn er natuurlijk ook een heleboel awesome foto’s.
  • heb ik mijn mini-reisfamilie gedag gezegd en ben ik op het noordereiland om mijn laatste 10 dagen hier in te vullen voor ik naar Fiji vlieg (ja, Fiji, u mag jaloers zijn).
New Zealand

Alice Springs, een saai stadje midden in het rode centrum van Australië. Alleen is het hier niet rood, maar groen. Rivieren die normaal gesproken niet meer dan een droge zandbedding zijn, stromen weer. De woestijn leeft en is begroeid met gras, planten en bomen. Er is in 10 jaar niet zoveel regen gevallen, dat de watervallen die van Uluru storten en de stromende Todd River in Alice Springs nieuws zijn op de nationale tv. En ik was erbij.

Moeder natuur is me gunstig gezind op deze trip Down Under. Zo heb ik tijdens een road trip over de Great Ocean Road tientallen koala’s in bomen zien bungelen. Nou ja bungelen, eerder slapen, want dat is wat die schattige wollige beestjes 20 uur per dag doen. Heb ik kangaroos en wallabies in het wild zien rondhoppen. [Leuk feitje, kangaroo is Aboriginal taal voor ‘ik begrijp je niet’. Toen de eerste westerlingen hier roo’s zagen vroegen ze aan de oorspronkelijke inwoners wat dat voor dier was. En die begrepen natuurlijk geen bal van wat die Engelsmannen zeiden.] In Tasmanië heb ik dolfijnen, pinguins en zeehonden gezien. Een beetje meer kunstmatig, maar daardoor niet minder leuk, kangaroos gevoerd en Tasmanian devils horen brullen. Verder: emu’s die je lunch willen stelen, dingo’s die over de weg hollen, grazende wilde kamelen (geen natives overigens maar overblijfselen van Afghaanse gastarbeiders en nu het meest pure kamelenras ter wereld).

Wildlife is overal in Australië! Dat tegenkomen is op zich geen wonder, dat is gewoon geluk hebben. Wat wel een wonderbaarlijk schouwspel is, zijn de watervallen die ik van Uluru af heb zien donderen. Na een spectaculaire lichtshow van de zon tijdens diens ondergang, zijn we de volgende dag getrakteerd op een fikse regenbui. Genoeg redenen voor Rachelle, onze stoere outbackchick van een gids, om de tourbus om te keren en ons bij Uluru eruit te gooien. Dit was een once in a lifetime opportunity. Zo geschiedde en stond ik volledig doorweekt naar de watervallen bij die imposante rooie rots te kijken. En indrukwekkend was het zeker! Met veel geweld kletterde het water van alle kanten naar beneden. Een machtig mooi natuurverschijnsel.

Nat, moe en voldaan zijn we de bus weer ingeklommen, om die avond na een op -eigen gesprokkeld- haardvuur gekookt diner in onze stinkende swags te kruipen. Een swag is een soort slaapzak van tentdoek met een matras erin. Je ligt dus gewoon buiten onder de sterrenhemel, met slechts de zogenoemde ‘monsterflap’ (een naar zweet riekende lap die je over je hoofd heen gooit) om je te beschermen tegen insecten die over je gezicht heen rennen of in gaatjes kruipen. Neemt niet weg dat slapen onder de sterrenhemel in de outback absoluut gaaf en een must-do is!

Inmiddels ben ik terug in Alice Springs, na een fucking awasome 3-daagse tour in de outback. Woensdag vlieg ik van dit wonderland naar het volgende wonderland, New Zealand. Daar wachten me kiwi’s, hobbits, walvissen en nog veel meer wonderen der natuur.

Hieronder een fimpje van de watervallen op Uluru en check vooral ook de spectaculaire natuur- en wildlife foto’s in mijn Australia album!

Australia

“Hello mister!!! Hello mister!!!” hoor ik terwijl ik op m’n scooter vele dorpjes voorbij zoef.  Het zijn zo’n beetje de enige woorden Engels die ze kennen, hier in het zuiden van Lombok. Ik ben onderweg van laidback surfersparadise Kuta (nee, dus niet die ene op Bali) richting Ekas. Gewoon, omdat het op de kaart staat. Daar is ook alles mee gezegd. Waar ik een soort van mini-badplaats had verwacht is niet meer dan een dorpje met voornamelijk rieten huizen en niemand die een woord Engels spreekt. M’n Bahasa Indonesia is nog niet om over naar huis te schrijven, dus met een beetje hulp van de taal-sectie in de Lonely Planet weet ik duidelijk te maken dat ik op zoek ben naar een guesthouse, homestay, whatever. Als ik maar ergens kan crashen. Niet veel later sta ik voor de deur van de enige homestay, wel twee kamers groot, in het dorp. Rumaji, de eigenaar, is net terug van een trip naar Sulawesi samen met twee Franse vrienden. I’m damn lucky dus! En uniek, zo hoor ik later. Er is nog nooit een toerist zomaar op komen dagen en al helemaal geen alleenreizende dame. Als er al toeristen komen, komen ze via Loïc, een van de Franse heren, die hier een stukje land bezit. Daarom amper een toerist te noemen en dus zijn er op dat moment welgeteld twee in Ekas.

Stiekem ben ik wel een beetje trots op mijn hardcore travelervaring. Gewoon een plekje op de kaart aanwijzen en er naartoe rijden. Dat loont. ’s Avonds bekijken we de zonsondergang in Ekas bay vanaf Loïcs land, bovenop een heuvel. De volgende dag rijden we via hobbelige, halfgare wegen door het groen, groenere, groenste landschap richting adembenemende stranden. Bijna surrealistisch, zo mooi. Ik kan ze nu heel cliché gaan beschrijven, zoals iedere reisbrochure doet. Ik laat de foto’s liever voor zich spreken. Aan de overkant van die prachtige stranden ligt….heel lang niets en dan Antartica. Man, man, man wat een werelds gevoel geeft dat als je dan bovenop een rots uitkijkt over blauwe wateren, richting het einde van de wereld.

In Ekas is geen restaurant, dus we eten onze lunch en diner bij Rumaji thuis. Onder het toeziend oog van de dorpelingen, die nieuwsgierig naar ons staren vanaf een houten plateau op palen.

Het is bijna onbegrijpelijk dat dit stukje Lombok nog amper door toeristen is ontdekt. Lang zal dat niet meer duren. Er is een internationale luchthaven in de maak. Zodra ze de gezonken landingsbaan weer hebben opgehoogd en de bagagebanden hebben afgestoft zal het toerisme hier een enorme boost krijgen. Ok, in Indonesisch tempo kan dat nog wel even duren dus. Dat geeft jou mooi de tijd om onontdekt Lombok te ontdekken. Nu het nog kan.

>> Bekijk alle foto’s in mijn Indonesia album!

Ondertussen…

  • Ben ik naar het frissere noorden geweest, voor een tripje naar de watervallen bij de Rinjani vulkaan. Aan de noordkust zijn de stranden zwart in plaats van wit, maar de heuvels zijn net zo groen!
  • Moet ik de Indonesische mannen van me af slaan, want ze zijn maar al te dol op ‘white skin and long nose’. Hoewel mijn skin niet meer white te noemen is inmiddels. Helaas helpt een bruin huidje in mijn geval ook niet, blonde haren werken als een magneet.
  • Ga ik morgen terug naar Kuta (Lombok) voor het jaarlijkse Nyale festival. Komende dagen zijn de mannen druk met stickfighting en woensdag vroeg in de ochtend gaan alle locals het strand op om de nyale wormpjes te verzamelen…en te eten. Brrrr.

Een indringende geur vult mijn neusgaten. We zijn op bestemming aangekomen. Ik zie niets, want ik zit verscholen onder de regencape van de bestuurder van een motobike. De regen komt met bakken uit de hemel in Jakarta. Regenseizoen. Als ik afstap sta ik op een van de grootste vuilnisbelten van Azië, in Bantar Gebang. Ik ben op pad met Resa. Ze woont samen met haar moeder, broer en zusje in een huis naast de vuilstort. Waar ze vroeger uitzicht hadden op rijstvelden, ligt nu een grote berg rottend afval. Met de stank in onze neus, die er door de regen niet minder op wordt, eten we de rijst met rendang, boontjes en garnalen die haar moeder heeft klaargemaakt. Daarna geeft Resa me een setje kleren, zodat mijn eigen kloffie niet naar vuilnishoop gaat stinken. En een paar knalgele Crocs (tja, ik moest m’n slippers sparen en dan zijn die dingen nou eenmaal handig). Resa heeft hier haar project, Biag Plastic, gesponsord door Crocs Europe en Plan Nederland. Biag, naar de meisjesprojecten van Plan ‘Because I am a Girl’. Want Resa gelooft in die projecten. De vuilrapers, de mensen die op de vuilnisbelt wonen (ja, wonen!) filteren plastic uit de enorme berg afval. Achter Resa’s huis wordt het plastic vervolgens gescheurd, gewassen, gedroogd en gebundeld. Een kilo plastic levert een medewerker 200 rupiah op, dat is € 0,016. Resa verkoopt het plastic door aan fabrieken, zoals die van Crocs bijvoorbeeld. Vier maanden geleden is het project gestart en het biedt inmiddels aan 17 mensen een inkomen. Met de opbrengst van het plastic biedt Resa de kinderen van de vuilnisbelt een onderkomen en onderwijs in het geimproviseerde klaslokaal naast haar huis. 

Nadat ik me in de geleende kleren heb gehijst wil ik mijn sjaal pakken, om voor mijn mond en neus te houden als we de vuilstort op gaan. “No, no leave it here”. Je mag niet laten merken dat je het vindt stinken, vertelt Resa. Dat maakt de mensen kwaad, met het risico dat ze je gaan bekogelen met ..ja logisch…afval. Als je niet tegen de stank kunt, dan moet je hier niet komen. Goed, dat wordt even doorbijten dus. Ik neem een hap semi-schone lucht en stap de voordeur uit op mijn gele Crocs.

We lopen naar een rijtje sloppen, want huizen kun je het nauwelijks noemen. De mensen zijn nieuwsgierig naar de ‘bule’ (buitenlander) die hen komt opzoeken. Vliegen dwarrelen om me heen, het heeft geen zin om ze van me af te slaan, het zijn er teveel. “Selamat sore’ roep ik terwijl mijn voeten langzaam wegzinen in de stinkende derrie. Niet bij nadenken. Straks is er water en zeep. Bij iedere stap die we nemen sijpelt er meer vuil water de plastic klompen binnen. De stank is niet te harden en het kost me moeite om mijn eten binnen te houden. Resa laat me een huis van binnen zien. Onlangs is er brand geweest op de vuilnisbelt. De brandgeur is nog duidelijk in het huis aanwezig. Er is één matras, geen meubilair, een kookplaatje in de keuken en meer niet. Hier woont een hele familie. Ik kan me er nauwelijks iets bij voorstellen. We lopen verder en overal waar we stilstaan poppen kinderen met grote bruine ogen op als paddestoelen. Ik maak foto’s en laat ze aan hen zien, altijd een succes. Een high-five er achteraan en je bent verzekerd van een grote glimlach. Bij een ander huis wijst Resa op een paar palen met wat plastic eroverheen, dat is een toilet. Niet meer dan een gammel hokje en een gat in de grond. Ik kijk naar de kinderen en de tranen springen me in de ogen. Je weet dat veel mensen in ontwikkelingslanden het slecht hebben, we zien het op tv, horen het op de radio en lezen het in de direct mailings van goede doelen die ik zelf zoveel geschreven heb. Toch is het altijd een ‘ver-van-je-bed-show’. Leed op duizenden kilometers afstand. Sta je er met je neus bovenop, letterlijk, dan laat het je niet koud. Het gaat hier om het ontbreken van simpele basisbehoeften. Sanitatie en de daarmee samenhangende gezondheid. Scholing voor de kinderen. Allemaal zo enorm belangrijk om deze mensen vooruit te helpen. Resa doet goed werk. Ondanks dat haar huis ook niet meer dan een schuur is heeft zij in vergelijking tot deze mensen weinig reden tot klagen. Nou ja, een beetje dan, want omdat het nu regenseizoen is kan ze haar mensen niet aan werk houden. Het plastic droogt niet zonder de aanwezigheid van de zon. In deze tijd van het jaar heeft ze een droogmachine nodig en die dingen kosten harde knaken, die er niet zijn. Maar Resa is positief. Zodra de zon weer gaat schijnen kan ze weer fantastische initiatieven ontplooien…dankzij en met plastic.

>> Bekijk de foto’s van mijn bezoek aan Bantar Gebang in mijn fotoalbum.

Hieronder een filmpje van Plan Nederland over het project van Resa.

PS. Op dit moment is Resa bezig met het opzetten van een stichting voor Biag Plastic. Haar project in Bantar Gebang steunen kan natuurlijk altijd! Neem contact op met Resa voor de mogelijkheden: rhey_lv2@yahoo.com

In mijn ooghoek zie ik ze al aankomen. Ik pak de rieten mandjes met sticky rice en ren naar de overkant om me te installeren op de matten. “Vlug Marieke, ze komen eraan!” roep ik naar mijn vriendin die nog staat af te rekenen. Ze kijkt op en maakt een sprintje in mijn richting. Ze zit net of we worden ingesloten door bruine voeten onder oranje gewaden. Het is nu volledig stil om ons heen. Langzaam schuiven de monniken voorbij en doen een voor een hun schaal open om een plukje rijst van ons te ontvangen. De rij lijkt eindeloos en mijn vingers beginnen te branden door de hete rijst. Ik gniffel en blaas op mijn vingers. “Stil Deb!” fluistert Marieke me toe. Ik durf de monniken niet aan te kijken, maar ik vraag me af of ze me vanachter hun serieuze gezicht aan het uitlachen zijn. Die domme westerling die haar vingers brandt aan hun ontbijt. Ik vraag me af of iedere monnik zijn eigen schaal leeg eet of dat er een koksmonnik is die van het geheel nog iets smakelijks gaat maken. In die schaal moet een mix van verschillende soorten rijst zitten en verder nog banaantjes en ander etenswaar. Achter de rij monniken barst het camerageweld los. Tussen de oranje doeken zie ik hoe toeristen heen en weer rennen met hun camera’s om een goede shot te maken van dit fascinerende fenomeen. Het geven van offers, iedere morgen om 6 uur, is een traditie hier. De lokale autoriteiten proberen de toeristen via posters duidelijk te maken dat kijken geen probleem is, maar dat je beter niet mee kunt doen en de monniken niet moet storen met camera’s in hun dagelijkse gang door de straten. Begrijpelijk, het zou zonde zijn om er een toeristisch schouwspel van te maken, dat is niet de bedoeling. Toch heb ik meegedaan. Er zaten zo weinig mensen en om die arme jongens nu honger te laten lijden..

Verder in Laos…

  • De olifanten hebben een goede wasbeurt van ons gehad in de Mekong tijdens de mahout training. Ik weet nu hoe ik een Laotiaanse olifant moet aansturen. Pai pai pai!! (vooruit). Bong bong bong!! (spuit water)
  • In hetzelfde trainingskamp heb ik ook gevoeld hoe koud het kan zijn hier. Gelukkig is er dan Lao Lao Whisky, gemaakt van sticky rice. De locals drinken het zelf omdat het zo goedkoop is. Het bestaat uit 50% alcohol en daar krijg je het in ieder geval lekker warm van!
  • De aanblik van de beschilderde, laveloze toeristen in Vang Vieng deed me bijna in huilen uitbarsten. Het is algemeen bekend dat ik wel van een feestje en een drankje houdt, maar dit was niet mijn kopje thee. Al kwamen we een heel end met onze beertowers…
  • In Vientiane hebben we onze innerlijke rust hervonden tijdens een meditatie met de monniken. Niet iets wat ik regelmatig doe en daarom een bijzondere ervaring. Monniken zijn net mensen, ze checken hun telefoon tussen de meditaties door en luisteren hun favo muziek op hun MP3-speler.
  • Nog zuidelijker ligt het Bolaven plateau, waar we zelf op de moto heengereden zijn. Een semi-automatic dus de dame van de verhuur vond het nogal spannend om de moto aan ons mee te geven. Behalve een houten kont van 2 uur op een scooter zitten hebben we het er heelhuids vanaf gebracht.
  • Tja en Don Det, daar hebben jullie de laatste keer alles over kunnen lezen: hangmatten, happy chocolate en heerlijk relaxen.
  • Vanmiddag heb ik Marieke op de luchthaven afgezet (snik) en nu ben ik dus echt alleen. Komende dagen ga ik een beetje de omgeving van Luang Prabang verkennen en langzaamaan met de slowboat richting Huay Xai, vanwaar uit ik de Gibbon Experience ga doen. Hoog boven de boomtoppen zweven aan ziplines en slapen in boomhutten samen met spinnen ter grootte van een hand. Daarna terug naar Luang Prabang om een vliegtuig naar Hanoi te pakken voor oud & nieuw in Vietnam.

    Tot slot nog linkjes naar de foto’s!
    Cambodja heb ik aangevuld: http://picasaweb.google.com/110613703973537699099/Cambodja?feat=directlink
    Laos: http://picasaweb.google.com/110613703973537699099/Laos?feat=directlink

    Er was iets dat ik moest doen. Maar wat was het ook alweer? Ojaaaaa….jullie op de hoogte houden van al mijn belevenissen hier in Azië!!! Ik heb werkelijk waar geen idee wat er met me aan de hand is. Ondanks alles wat ik meemaak komen de woorden om het in te verpakken niet in me op. Inmiddels staan er een aantal blogs klaar in mijn eigen mooie paarse laptopje, maar die zijn afgekeurd door de keuringscommissie. Mezelf. Is het een travelwritersblock? Podiumangst omdat er zoveel mensen meelezen? Of gewoon tijdsdruk, want het reizen gaat in een redelijk hoog tempo hier. Alleen het reizen dan, want verder hebben ze hier in Laos de hangmat uitgevonden.

    Ik zou niet durven om Cambodja in dit verhaal over te slaan. Dat land verdient eigenlijk een boekwerk, maar ik wil het jullie niet aandoen om dat nu te typen. Daarom hieronder de highlights van twee weken Cambodja:

  • Siem Reap: hometown van de meest fascinerende oude tempels ever! Angkor Wat is nog maar één tempel. Als je echt tempelfreak bent kun je hier met gemak een week ronddwalen. Hoogtepuntje was toch wel de zonsopgang bij Angkor Wat. Het heeft iets magisch om in het donker bij een eeuwenoude tempel aan te komen en de zon boven de vijf torens te zien verschijnen.
  • Phnom Penh: de plek om de donkere geschiedenis van Cambodja te leren kennen bij de voormalige gevangenis S-21 en de Killing Fields. Een must, hoe gruwelijk ook. Het blijft ongelooflijk hoe de Khmer Rouge een kwart van de totale bevolking heeft weten uit te moorden met o.a. marteling, executies en de hongerdood. (leestip: First they killed my father van Loung Ung).
  • Kep: bloedende vingers, maar wel vers gevangen krabbetjes gegeten in deze kustplaats!
  • Rabbit Island: tegenover Kep ligt een mini-bounty island met bamboo hutjes. Waar de naam vandaan komt is ons een raadsel, er waren geen konijnen te bekennen. Volgens onze ‘engelssprekende’ gids heeft Pol Pot ze allemaal opgegeten toen hij zich daar verschuilde. Logisch. Denk bij dit eiland ook aan een groep Spanjaarden op het strand, met een gitaar en jonglerend met vuur. Daar moest een biertje bij! Want ja, dat drink ik sinds kort!
  • De mensen: wat me nog wel het meest opgevallen is aan Cambodja is de vriendelijkheid van de mensen. Je wordt overal met een grote glimlach ontvangen. Cambodja wordt niet voor niets het land van de glimlach genoemd. En wanneer je denkt dat je je spullen (niks bijzonders, maar toch) nooit meer terugziet omdat je ze in de tuktuk hebt laten liggen, verschijnt de tuktukdriver op het allerlaatste moment met je tasje. Ondanks dat de mensen arm zijn, zijn ze oprecht en eerlijk (en als dat niet zo is heb ik het niet gemerkt).
  • Ik zeg: CambodJA!!

    Dan zijn we Cambodja nog niet helemaal uit, want de laatste dagen hebben we doorgebracht in Kratie. Vlakbij de grens van Laos. In de bus hier naar toe hebben we Mike en Bryden leren kennen, vader en zoon uit Melbourne. De afgelopen 4 dagen zijn we een beetje met hen opgetrokken; fietsen, kaarten, poolen, eten, drinken. En vooral: mijn verjaardag vieren! Die begon op het balkon van ons guesthouse in Kratie met Bourbon/cola en een joint en eindigde op het eiland Don Det in Laos. Zo stoned als een garnaal! Ok, je kunt verwachten dat als je tegen de bedreadlockte ober van de reggae bar zegt dat je jarig bent, en deze je gratis ‘happy chocolate’ aanbiedt, dat hier dan iets in zit. Ach, een klein schaaltje met een soort chocoladedeegtoffee-achtig spul delen met zijn vieren, wat kan dat nou kwaad? Niks, behalve dan dat we een hilarische tijd hebben gehad en er een uur over hebben gedaan om de weg naar onze bungalow te vinden (die 5 minuten verderop lag). En probeer dan nog maar eens je lenzen uit te doen! Die avond was er een black moon party in de bewuste reggae bar en dat hebben we gemerkt. Zodra de lichten uitgingen hadden we uitzicht op een prachtige sterrenhemel. Het kan natuurlijk zijn dat we meer sterren hebben gezien dan er daadwerkelijk waren, maar indrukwekkend was het zeker!
    Verder staat Don Det gelijk aan hangen in een hangmat, fietsen over hobbelige rocky paadjes en chillen in de restaurantjes en bars. Op het daarnaast gelegen eiland Don Khon is een prachtige waterval, de breedste die ik ooit gezien heb!

    Inmiddels hebben we die heerlijke eilanden in de Mekong achter ons gelaten en zijn we in Pakse, waar weinig te beleven is. Behalve dan dat we hier morgen de nachtbus naar Vientiane nemen. Daarna staan nog Vang Vieng en Luang Prabang op het menu voordat vriendin M. naar huis vliegt. En ik, ik blijf nog wel even in een hangmat hangen.

    See ya!

    ps. Volgende keer foto’s!
    ps2. Volgende keer ook kortere verhalen, ik ga mijn best doen het een beetje bij te houden vanaf nu :-).

    Wat? Tempels! Na een dag of 5 kan ik er heel wat van mijn lijstje afstrepen. Tempels met gouden boeddha’s, tempels met enorme liggende boeddha’s, tempels met groene dress-me-up boeddha’s en na vandaag ook hele oude imposante tempels. Welcome to Southeast Asia!

    Ik ben dus in Cambodja en wat een verademing is dat vergeleken met het hectische Bangkok! De mensen zijn hier relaxed en vriendelijk. Ok, ook hier draaien ze je met een grote glimlach een poot uit. Maar ja, dan had ik ook maar niet als blanke toerist geboren moeten worden. Dan nog is het leven hier goedkoper dan goedkoop.

    Eerst Bangkok dus. Omdat ik niet weet waar ik moet beginnen, even in het kort. Bangkok voor beginners:

  • Neem vooral een tuk-tuk en laat je afzetten bij een kledingwinkel en nog wat shops daarna. Want een maatpak of avondjurk is heel handig als je een paar maanden gaat backpacken. Doe je het niet, dan heb je kans dat je tuk-tuk driver als een klein kind gaat zitten janken omdat hij anders zijn gesponsorde ‘gas coupons’ misloopt.
  • Ga naar Khao San Road, daar waar alle backpackers rondlopen, de muziek hard staat en de verkopers je een pingpong show (nee, niet die met batjes en een tafel) willen inlokken. Beter zie je twee avonden lang het rustigere Rambutri Road aan voor Khao San en geniet je van leuke live muziek en een relaxtere sfeer.
  • Ga niet fietsen. Als je niet het risico wil lopen om nietsvermoedende etende mensen omver te rijden of nog erger, regelrecht het water in te fietsen (it wasn’t me!). Ben je niet bang? Wees een echte Hollander er spring op die fiets voor een onvergetelijke tocht door de smalle straatjes van Chinatown en de jungle van Bangkok!
  • Pingpongen dus. Wij hebben het niet gezien, maar de menukaartjes die je in Patpong worden aangeboden zeggen genoeg. Neem het woord ‘pussy’ en zet daarachter bijvoorbeeld ‘cut banana’, ‘magic flower’, ‘razorblades’. Need I say more?
  • Inmiddels ben ik dus in Siem Reap om de tempels van Angkor Wat te bezoeken. Erg indrukwekkend, erg mooi! Zaterdag vaar ik naar Phnom Penh!

    En nu ga ik als een gek achter deze PC vandaan want ik word opgegeten door de meedogenloze muggen hier!! AAAAAAHHHH!!!

    Toen ik twee jaar geleden in Australië van die wereldreizigers sprak, vond ik het maar niets. Want hoe kun je nu optimaal van landen genieten als je er zoveel achter elkaar doet? Inmiddels weet ik wel beter. Reizen geeft energie en is verslavend. Dan kom je op zo’n punt dat je meer, meer, meer wilt! Dat punt had ik bereikt.

    Nee, deze wereldreis is absoluut niet het resultaat van een dertigersdilemma (wat is dat?) of een vlucht uit moeilijke tijden (die liggen lichtjaren achter me). Nee, dit is een samenloop van omstandigheden, een mooie kans en gewoon keihard sparen om een droom waar te maken. Nu zit ik met klamme handjes achter mijn computer dit laatste blogje vanuit Nederland te typen. Morgen ben ik in Bangkok en gaat het grote avontuur echt van start. En dat deel ik graag met jullie…

    ~I now walk into the world~

    PS1. Dank voor alle lieve berichten op mijn blog, facebook en twitter! Ik zal naar jullie luisteren en dus genieten, oppassen, genieten en nog meer genieten.
    PS2. En nee, ik ga niet Into the Wild nadoen, ik ga gewoon in hotels en hostels slapen, dat is wel even genoeg avontuur voor nu. :-)